OVERZICHT VAN VERSCHILLENDE SOORTEN NAEVI, HUIDTUMOREN, EN MACULAE home ICD10: n.v.t.

naar paginaNaevus naevocellularis (moedervlek)tabspacer
Naevus naevocellularis (gewone moedervlek)


De naevus naevocellularis (moedervlek, mole, birthmark) is een melanocytaire naevus. Deze naevi verschijnen meestal in de loop van het leven en worden daarom ook wel acquired melanocytic naevi genoemd. Als ze vanaf de geboorte aanwezig zijn worden ze congenital melanocytic naevi genoemd (naevus naevocellularis congenita). De naevus naevocellularis kent 3 varianten: junctional naevus, dermal / intradermal naevus, en compound naevus.

naar paginaJunctional naevustabspacer
Naevus naevocellularis marginalis (junctional nevus)


Histologische variant van een naevus naevocellularis met opeenhoping van naevuscellen in de epidermis. Zie verder onder naevus naevocellularis.

naar paginaIntradermal naevustabspacer
Naevus naevocellularis dermalis (dermal / intradermal nevus)


Histologische variant van een naevus naevocellularis met opeenhoping van naevuscellen in de dermis. Zie verder onder naevus naevocellularis.

naar paginaCompound naevustabspacer
Naevus naevocellularis epidermo-dermalis (compound nevus)


Histologische variant van een naevus naevocellularis met opeenhoping van naevuscellen in de epidermis en in de dermis. Zie verder onder naevus naevocellularis.

naar paginaNaevus naevocellularis (moedervlek)tabspacer
Naevus naevocellularis papillomatosus


De naevus naevocellularis papillomatosus (is een wratachtige variant van de gewone moedervlek, met een papillomateus oppervlak. Er kunnen ook hoornproppen in aanwezig zijn, waardoor de papillomateuze naevus kan lijken op een verruca seborroica. Zie verder onder naevus naevocellularis papillomatosus.

naar paginaHalo-naevus (Sutton nevus)tabspacer
Halo naevus (naevus van Sutton, leukoderma acquisitum centrifugum)


Een halo-naevus is een naevus in regressie, met een opruimreactie er omheen. Het eigen immuunsysteem is bezig om de naevus op te ruimen. Hierbij komen cytotoxische factoren vrij, gericht tegen de melanocyten in de naevus, die echter ook de normale melanocyten in de huid rond de naevus aantasten. Hierdoor ontstaat een witte gedepigmenteerde of gehypopigmenteerde ring rond de naevus. Een halo naevus wordt vooral gezien bij 15-20 jarigen, met een spreiding van 3-42 jaar.

naar paginaNaevus van Beckertabspacer
Naevus van Becker


De naevus van Becker is een licht gepigmenteerde macula met hypertrichose. De naevus van Becker ontstaat meestal op de schouder (unilateraal), bovenste lichaamshelft, of bovenarm, meestal bij jonge mannen, en wordt vaak in de zomer na zonverbranding voor het eerst opgemerkt. Geen maligne ontaarding. Therapie: geen, eventueel laser (cosmetisch).

naar paginaNaevus naevocellularis pilosis et pigmentosus (congenitaal)tabspacer
Naevus pigmentosus et pilosus (congenitale naevus)


De naevus pigmentosus et pilosus is een gepigmenteerde en sterk behaarde naevus. De haren zijn dikker, donkerder of langer dan de normale haren in de omgeving. De naevus pigmentosus et pilosus is meestal vanaf de geboorte aanwezig en is dus ook een congenitale naevus. Een zeer uitgebreide variant van deze congenitale naevus heet de Tierfell naevus of giant hairy nevus.

naar paginaGiant congenital melanocytic nevustabspacer
Tierfell naevus, giant pigmented nevus, giant hairy nevus, bathing-trunk nevus, Garment nevus


De giant pigmented nevus is een congenitale melanocytaire naevus. Dit zijn naevi die bij de geboorte al aanwezig zijn, dit in tegenstelling tot de acquired melanocytic naevi die verschijnen in de loop van het leven. De naevi zijn scherp begrensd, tonen verschillende weinig contrasterende bruintinten, een prominente follikeltekening, en hebben een fluwelig oppervlak door de fijne beharing, maar er is vaak ook grovere beharing. Bij de zeer grote congenitale melanocytaire neavi (20 cm doorsnede of groter) bestaat een verhoogde kans op ontstaan van een melanoom.

naar paginaBlue nevustabspacer
Blue nevus (naevus coeruleus)


Blue nevus is de verzamelnaam voor blauw gekleurde, blauw doorschemerende moedervlekken. Ze kunnen vlak zijn, lichtverheven, of bolrond. De blauwe kleur wordt veroorzaakt door melanine wat diep in de dermis gelegen is. Ze worden onderverdeeld in 3 typen: de gewone blue nevus (naevus coeruleus, blue nevus van Tièche), de cellular blue nevus (naevus van Allen) en de cellular blue neuronevus (neuronaevus van Masson).

naar paginaBlue nevustabspacer
Blue nevus (naevus coeruleus, naevus van Jadassohn en Tièche)


De gewone blue nevus (naevus coeruleus, blue nevus van Jadassohn en Tièche), is meestal bolrond (verheven), solitair, geheel of gedeeltelijk blauw, blauwgrijs of blauwzwart, en tussen de 0.5 en 1 cm groot. Ze kunnen overal voorkomen, maar de voorkeurslokalisaties (50%) zijn de handruggen en de voetruggen.

naar paginaBlue nevustabspacer
Cellular blue nevus (naevus coeruleus, naevus van Allen)


De cellular blue nevus (naevus van Allen) komt minder vaak voor dan de gewone blue naevus, is meestal bolrond (verheven), groot (1-3 cm), donker blauwzwart of blauwgrijs gekleurd, aanwezig vanaf de geboorte of kort daarna en heeft als voorkeurslokalisatie de billen, en de sacrale regio.

naar paginaBlue cellular neuronevus van Massontabspacer
Masson's blue neuronevus


Masson's cellular blue neuronevus is bolrond, groot (1-3 cm), donker blauwzwart of blauwgrijs gekleurd, aanwezig vanaf de geboorte of kort daarna en heeft als voorkeurslokalisatie de billen, en de sacrale regio. De neuronevus heeft een aparte histologie (zie onder neuronaevus van Masson).

naar paginaSpitz nevustabspacer
Spitz nevus


Een Spitz nevus is een halfbolrond tumortje (roze, rood, bruin) dat ontstaat in weken tot maanden bij kinderen of jonge volwassenenen, 3-5 mm of groter, kan histologisch op een melanoom lijken, klinisch goedaardig (zie onder Spitz naevus).

naar paginaAtypische Spitz naevustabspacer
Atypische Spitz naevus


Een atypische Spitz naevus (atypical Spitz tumor) is een tussenvorm tussen een Spitz nevus en een Spitz melanoma. Histologisch zijn er te weinig kenmerken om de diagnose Spitz melanoom of Spitzoïd melanoom te stellen. De WHO stelt voor om hiervoor de naam Spitz melanocytoma te gebruiken. Zie verder onder melanocytoma.

naar paginaNaevus van Reed (gepigmenteerde spoelcel naevus)tabspacer
Reed's nevus (pigmented spindle cell nevus)


Reed's nevus (gepigmenteerde spoelcel naevus) wordt door sommige beschouwd als een aparte entiteit, en door anderen als een gepigmenteerde variant van een Spitz naevus. Klinisch is het een donkerbruin tot zwarte regelmatige naevus, 1.5-10 mm groot, vlak of licht verheven. Ze ontstaan rond het 24e jaar, meestal aan de extremiteiten, vaker bij vrouwen dan bij mannen. Histologisch ziet men bundels van slanke spoelcellen, in een regelmatig patroon, meestal beperkt tot de epidermis, en met veel pigment (zie onder Reed's nevus).

naar paginaSTUMP, Spitzoid melanomatabspacer
STUMP (Spitzoid Tumor of Unknown Malignant Potential)


Een STUMP is een naevus met zowel kenmerken van een Spitz naevus als van een melanoom. Deze diagnose wordt gesteld als de patholoog twijfelt tussen beide entiteiten en een melanoom niet met zekerheid uit kan sluiten. Wordt ook wel Spitzoid melanoma genoemd. Zie verder onder STUMP.

naar paginaMELTUMPtabspacer
MELTUMP (Melanocytic Tumor of Uncertain Malignant Potential)


Een MELTUMP (melanocytic tumor of uncertain malignant potential) is een melanocytaire tumor die histologisch dicht tegen melanoom aanzit maar net niet aan de criteria voldoet. Bij de uitslag MELTUMP wordt meestal revisie aangevraagd (medebeoordeling door een andere patholoog of door het melanomen panel). Zie verder onder MELTUMP.

naar paginaSAMPUS: Superficial atypical melanocytic proliferation of uncertain significancetabspacer
SAMPUS (Superficial Atypical Melanocytic Proliferation of Uncertain Ssignificance)


Een SAMPUS (superficial atypical melanocytic proliferation of uncertain significance) behoort samen met MELTUMP en STUMP tot de groep melanocytic proliferations of uncertain malignant potential. Dit zijn laesies die histologisch dicht tegen melanoom aanzitten maar net niet aan de criteria voldoen. Tot de criteria voor SAMPUS hoort ook < 1 mm dik, geen verhoogde intradermale mitotische activiteit, geen ulceratie, geen regressie. Zie verder onder SAMPUS.

naar paginaAtypische naevustabspacer
Dysplastische naevus


Een dysplastische naevus is een naevus met histologisch tekenen van onrust (verlenging van retelijsten, bridging, toename van aantal (gevacuoliseerde) melanocyten, soms in nestjes op de dermo-epidermale overgang, geen (of nauwelijks) ascentie in epidermis) maar onvoldoende criteria om te kunnen spreken van een melanoom. De klinische kenmerken zijn: groter dan 5 mm (5-12 mm), onregelmatig/grillig en onscherp begrensd, roze tot bruin, wisselende pigmentatie, soms met erythemateuze rand (zie onder dysplastische naevus en FAMMM syndroom).

naar paginaLentigo malignatabspacer
Lentigo maligna


Lentigo maligna (melanosis praecancerosa, morbus Dubreuilh) is een langzaam groeiend in-situ melanoma. Andere termen: intra-epidermaal melanoom, melanoom in horizontale groeifase. Het komt vooral voor op de zon ge-exposeerde huid, met name in het gelaat. Klinisch zijn het lichtbruin tot donkerbruin gepigmenteerde grillige maculae. De exacte begrenzing is soms moeilijk vast te stellen. De meeste patiënten zijn op oudere leeftijd, vanaf 70 jaar (zie onder lentigo maligna).

naar paginaMelanoom in een lentigo malignatabspacer
Lentigo maligna melanoma


Lentigo maligna melanoma is een melanoom dat ontstaan is in een lentigo maligna lesie. Lentigo maligna (morbus Dubreuilh) wordt om deze reden ook melanosis praecancerosa genoemd. Lentigo maligna is een in-situ melanoma, zodra het melanoom door de basale membraan heen breekt en een verticale groeifase krijgt is er sprake van een lentigo maligna melanoma (zie onder lentigo maligna en melanoom).

naar paginaMaligne melanoomtabspacer
Melanoom (melanoma maligna)


Het maligne melanoom (melanoma maligna) is een kwaadaardige melanocytaire tumor. Klinisch te herkennen aan de ABCD criteria of aan dermatoscopie criteria. Onderscheiden worden het superficial spreading melanoma, nodulair melanoom, in-situ melanoom, lentigo maligna / lentigo maligna melanoom, en locatie varianten zoals het acrolentigineus melanoom, oogmelanoom. Zie verder onder melanoom, zie ook de patiëntenfolder melanoom voor meer foto's.

naar paginaSuperficial spreading melanomatabspacer
Superficial spreading melanoma


Een superficial spreading melanoom is een melanoom dat vooral een horizontale groeifase heeft, in tegenstelling tot een nodulair melanoom dat bolvormig uitgroeit. Zie verder onder melanoom.

naar paginaNaevus naevocellularis (moedervlek)tabspacer
Nodulair melanoom


Een nodulair melanoom is een melanoom dat bolvormig uitgroeit, in tegenstelling tot het superficial spreading melanoom dat vooral een horizontale groeifase heeft. Zie verder onder melanoom.

naar paginaAcrolentigineus melanoomtabspacer
Acrolentigineus melanoom


Een acrolentigineus melanoom is een melanoom dat aan de acra groeit, dus op de vingertoppen of op een teen, soms onder een nagel. Deze melanomen hebben een slechte prognose. Zie verder onder melanoom.

naar paginaIris melanoomtabspacer
Oog melanoom


Een oogmelanoom is een melanoom dat in het oog groeit. Op de foto een iris melanoom. Zie verder onder melanoom.

Foto: Jonathan Trobe - Wikimedia (Creative Commons License 3.0).

naar paginaAmelanotisch melanoomtabspacer
Amelanotisch melanoom


Een amelanotisch melanoom is een melanoom dat de typische donkere, blauwe, bruine of zwarte kleur mist. Het is huidkleurig, roze, of een andere tint. Een amelanotisch melanoom is verraderlijk omdat het niet op tijd als een melanoom wordt herkend en daarom te laat wordt verwijderd. Zie verder onder amelanotisch melanoom.

naar paginaNaevus van Ota, Ota's nevustabspacer
Naevus van Ota


De naevus van Ota (Ota's nevus, naevus fuscocoeruleus ophthalmomaxillaris) is een blauwgrijze of blauwzwarte verkleuring (als een mongolenvlek) in het gebied van de eerste of tweede trigeminus tak, conjunctiva en iris kunnen blauw of bruin verkleurd zijn. Komt vrijwel alleen bij Oosters (Aziatisch) ras voor. Zie verder onder naevus van Ota.

naar paginaNaevus van Ito, Ito's nevustabspacer
Naevus van Ito


De naevus van Ito (Ito's nevus, naevus fuscocoeruleus acromioclavicularis) is een blauwgrijze of blauwzwarte verkleuring (als een mongolenvlek) op de schouder of elders op de bovenste thoraxhelft, vrijwel alleen bij Aziaten (m.n. Japanners) voorkomend. Het is klinisch moeilijk te onderscheiden van een mongolenvlek. Zie verder onder naevus van Ito.

naar paginaMongolenvlek,  Mongolian spottabspacer
Mongolenvlek (Mongolian spot, congenitale dermale melanosis) 


De mongolenvlek (synoniemen: Mongolian spot, tache blue sacré, naevus sacralis hyperpigmentosis, congenitale dermale melanosis) is een bleek-grijsblauwe verkleuring in de sacrale of lumbo-sacrale regio. Soms is er ook wat lokale overbeharing. Lesies varieren in grootte van enkele centimeters tot 20 cm. Mongolian spots kunnen ook op andere plaatsen voorkomen, bijvoorbeeld op een arm of een been. De mongolenvlek komt vaak voor (90-100%) bij kinderen die ergens in hun stamboom Aziatische roots hebben. Bij blanke Europeanen komt het zelden voor. Zie verder onder mongolenvlek.

naar paginaRood haar en sproetentabspacer
Epheliden (sproeten)


Epheliden (sproeten) zijn geen echte naevi, maar gehyperpigmenteerde macula die in het gezicht ontstaan, vooral bij blonden en roodharigen, onder invloed van blootstelling aan zonlicht. Zie verder onder efeliden.

naar paginaLentigo simplextabspacer
Lentigo simplex (lentigo juvenilis)


Lentigines zijn scherp begrensde gehyperpigmenteerde macula van 3-15 mm, te beschouwen als epidermale melanocytaire naevi. De vlekjes ontstaan door toegenomen melanine depositie door een verhoogd aantal melanocyten per vierkante mm en hyperplasie van de melanocyten. Goedaardig, gaan nooit over in een melanoom. Bij de geboorte zijn er vaak al enkele aanwezig, het aantal kan later zonder relatie met zonlicht en zonder enige betekenis toenemen. Als het er zeer veel zijn spreekt men van lentiginosis, bij een plotselinge uitbarsting van lentiginosis eruptiva. Een lentiginosis kan onderdeel zijn van een syndroom, zoals het LEOPARD-syndroom.

naar paginaLentigo solaristabspacer
Lentigo solaris (ouderdomsvlekken, levervlekken) 


Solaire lentigines ontstaan vanaf middelbare leeftijd, t.g.v. jarenlange zonexpositie. Synoniemen: lentigo senilis, lentigo solaris, ouderdomsvlekken, levervlekken, solar lentigo, actinic lentigo, age spot. Klinisch beeld: typische vrij regelmatig begrensde gehyperpigmenteerde maculae op gelaat, handruggen, onderarmen.

naar paginaLarge cell acanthomatabspacer
Large cell acanthoma


Het large cell acanthoma is een variant van een lentigo solaris met als bijzonder histologisch kenmerk dat de keratinocyten circa 2 keer zo groot zijn als normaal. Klinisch beeld: lichtbruine macula of oppervlakkige plaques, op zonbeschenen gebieden, vooral gelaat en extremiteiten, bij ouderen. Zie verder onder large cell acanthoma.

naar paginaVerruca seborroicatabspacer
Verruca seborroïca


Verruca seborroica (ouderdomswratten) zijn de meest voorkomende benigne huidtumoren. Het aantal neemt toe met de leeftijd. Klinisch beeld: lichtbruine, soms donkerbruine, zwarte of huidkleurige papillomateuze laesies, enkele millimeters tot enkele cm groot (gemiddeld 0.5-1 cm), verspreid over het lichaam, vooral de romp. Zie verder onder verruca seborroica.

naar paginaDermatosis papulosa nigratabspacer
Dermatosis papulosa nigra


Dermatosis papulosa nigra is de naam voor kleine (1-2 mm) zwarte of bruine papeltjes die vaak voorkomen bij personen met een donkere huid, vooral in het gezicht (wangen, voorhoofd), hals, bovenste helft thorax. Aantal en grootte neemt vanaf de puberteit toe. Soms grote en gesteelde laesies. Op basis van het histologisch beeld neemt men aan dat het gaat om een gepigmenteerde variant van verruca seborroica. Zie verder onder dermatosis papulosa nigra.

naar paginaFibroma molle, skin tag, acrochordontabspacer
Fibroma molle (skin tag)


Een fibroma molle (acrochordon, skin tag, fibroma pendulans) is een gesteelde rubberachtige, zachte benigne huidtumor (steelwratje), meestal huidkleurig, soms licht gepigmenteerd. Komt vaak voor, bij circa 46% van de populatie. Voorkeurslokalisatie: vooral in de hals en oksels, soms de liezen, en op het ooglid. Zie verder onder fibroma molle.

naar paginaDermatofibroomtabspacer
Dermatofibroom


Een dermatofibroom is een langzaam groeiende benigne subepidermale harde nodulus (nodus), 0.5-1.5 cm groot. De overliggende huid kan diverse kleuren hebben (bruin, grijs, zwart, blauw, geel, rood, paars, huidkleurig). Meestal verzonken, als induratie palpabel onder de huid, soms koepelvormig boven de huid verheven. Bij het pakken van een plooi rond het dermatofibroom wordt een deuk zichtbaar (dimple sign genoemd). Zie verder onder dermatofibroom.

naar paginaGranuloma pyogenicum (synoniemen: granuloma teleangiectaticum, pyogenic granuloma, lobular capillary hemangioma)tabspacer
Granuloma pyogenicum


Een granuloma pyogenicum (synoniemen: granuloma teleangiectaticum, pyogenic granuloma, lobular capillary hemangioma) is een rood tumortje, meestal bolvormig, soms gelobd, dat bestaat uit een proliferatie van vaatweefsel. Het behoort tot de benigne vasculaire afwijkingen en komt vaak voor. Zie verder onder granuloma pyogenicum.

naar paginaVerruca vulgaristabspacer
Verruca vulgaris


Wratten zijn verruceuze, bloemkoolachtige tumoren, veroorzaakt door infectie met humaan papilloma virus (HPV). Wratten zijn besmettelijk. De gewone wrat (verruca vulgaris) zit meestal op de vingers of handen, of op de voetzool, en wordt vaak al op jonge leeftijd opgelopen. Zie verder onder verruca vulgaris.

naar paginaLEOPARD syndroomtabspacer
Leopard syndroom (lentiginosis profusa, multipele lentigines syndroom)


Het LEOPARD syndroom is een zeldzame genetische aandoening met als meest opvallend dermatologisch kenmerk het geleidelijk ontstaan van talrijke lentigines. Het is een acroniem (Lentigines (multiple), Electrocardiographic conduction abnormalities, Ocular hypertelorism (wijd uit elkaar staande ogen), Pulmonary stenosis, Abnormalities of genitalia, Retardation of growth, Deafness). Niet bij alle patiënten zijn alle symptomen aanwezig, er bestaan milde vormen met slechts enkele kenmerken. Multipele lentigines, 2-5 mm groot, donkerbruin, polygonaal, irregulair van vorm. De lentigines kunnen aanwezig zijn vanaf de geboorte, maar ook pas later verschijnen. Met het ouder worden van het kind nemen ze toe in aantal en worden ook donkerder. Zie verder onder Leopard syndroom.

naar paginaPeutz-Jeghers syndroomtabspacer
Peutz-Jeghers syndroom (lentigopolyposis)

Het syndroom van Peutz-Jeghers (periorificial lentiginosis, pigment spot polyposis) is een zeldzame, erfelijke aandoening gekenmerkt door mucocutane pigmentaties, gastro-intestinale polyposis en een verhoogd risico op kanker. Het wordt veroorzaakt door mutaties in het LKB1-gen (STK11), een tumor suppressor gen op chromosoom 19. Er ontstaan op jonge leeftijd hamartomen die leiden tot buikpijn, anemie of acute darmobstructie. Patiënten hebben een verhoogd risico op het krijgen van kanker in zowel het maag-darmkanaal als in andere organen en moeten regelmatig daar op worden gescreend d.m.v. endoscopisch onderzoek en MRI. ZIe verder onder Peutz-Jeghers syndroom.

naar paginaLaugier-Hunziker syndroomtabspacer
Laugier-Hunziker syndroom

Het syndroom van Laugier-Hunziker een benigne aandoening van onbekende etiologie, waarbij melanocytaire pigmentaties van de lippen (met name de onderlip) en mondholte ontstaan. Deze presenteren zich als lenticulaire grijze, bruine of zwarte maculae. In ongeveer de helft van de gevallen komen er ook pigmentaties aan de nagels voor, vaak solitaire of multipele longitudinale bruine tot bruinzwarte banden in de nagel. De vingernagels zijn vaker aangedaan dan de teennagels. ZIe verder onder Laugier-Hunziker syndroom.




Diversen:

- verruca seborroica
- dermatosis papulosa nigra
- fibroma molle
- dermatofibroom
- granuloma pyogenicum
- verruca vulgaris
- verruca plana
- verruca filliformis
- keratosis actinica
- benigne lichenoide keratose
- cutaneous horn
- lichen nitidus
- lichen striatus (blaschkitis)

- purpura pigmentosa progressiva (Schamberg)
- purpura pigmentosa lichenoides (Gougerot-Blum)
- purpura annularis teleangiectodes (Majocchi)
- lichen aureus
- eczematoid-like purpura (Doucas-Kapetanakis)
- itching purpura (waarschijnlijk identiek aan Schamberg)

lentiginosen
- Leopard syndroom
- Peutz-Jeghers syndroom
- Laugier-Hunziker syndroom
- eruptieve lentiginosis (lentiginosis eruptiva)
- lentiginosis perigenitoaxillaris
- unilaterale partiele lentiginosis
- inherited pattern lentiginosis van de donkere huid (rasgebonden hyperpigmentaties, mucosa, handpalmen)
- centrofaciale lentiginosis (lentiginosis centrofacialis)
- NAME-syndroom, LAMB-syndroom en Carney complex
- Cronkhite-Canada syndroom

reticulaire hyperpigmentatie
- confluent and reticulate papillomatosis, Gougerot-Carteaud syndroom
- erythema ab igne
- atopic dirty neck
- phaeoderma
- prurigo pigmentosa
- epidermolysis bullosa herpetiformis
- dyskeratosis congenita
- Revesz syndroom
- Fanconi's anemia
- X-linked reticulate pigmentary disorder
- Dowling-Degos ziekte
- Galli-Galli disease
- Haber syndroom (pigmentatio reticularis faciei et colli)
- Mendes da Costa syndroom (erythrokeratodermia figurata variabilis)
- incontinentia pigmenti
- dermatopathia pigmentosa reticularis
- Naegelli-Franceschetti-Jadassohn syndroom
- Kitamura, reticulate acropigmentatie van
- palmoplantar hyperkeratosis - hyperpigmentation syndrome (Cantu)
- dyschromatosis universalis hereditaria
- postinflammatoire hyperpigmentatie
- livedo reticularis
- livedo reticularis vasculitis (livedoid vasculopathie)
- livedo racemosa

epidermale naevi
- ILVEN
- naevus verrucosus
- papillomateuze epidermale naevi
- naevus unius lateris
- keratosis areolae mammae naeviformis
- acantholytische dyskeratotische epidermale naevus

talgklier naevi
- naevus sebaceus
- m. Schimmelpenning-Feuerstein-Mimms
- adenoma sebaceum
- naevus comedonicus

zweetklier naevi
- eccrine sweat gland naevus
- apocrine sweat gland naevus

haar naevi
- pure hair naevus
- woolly hair naevus

bindweefsel naevi
- bindweefsel naevus nno (collagenoma)
- naevus collagenicus lumbosacralis
- large nodular disseminated connective tissue naevus
- elastoma (naevus elasticus)
- juveniel elastoma
- naevus lipomatosus
- naevus mucinosis
- juvenile elastoma
- Michelin tire baby syndroom

vasculaire naevi
- naevus flammeus
- naevus van Unna
- vasculaire naevi bij phakomatosen
- Sturge-Weber
- van Hippel-Lindau
- Klippel-Trenaunay
- naevus araneus (spider naevus)
- teleangiectasia hereditaria hemorrhagica (Rendu-Osler)
- naevus anemicus
- naevus vascularis mixtus
- naevus vasculosis tardus (angioma serpiginosum)
- UNTS

vasculaire tumoren
- infantiel hemangioma
- congenital hemangioma
- acquired hemangioma
- venous lake
- cherry angioma (angioma senilis)
- angioma
- epithelioid hemangioma
- granuloma pyogenocum
- spindle-cell hemangioma
- hobnail hemangioma
- microvenular hemangioma
- anastomosing hemangioma
- glomeruloid hemangioma
- papillary hemangioma
- acquired elastotic hemangioma
- intravascular papillary endothelial hyperplasia (pseudotumor van Masson)
- cutaneous epithelioid angiomatous nodule
- tufted angioma
- sinusoidal hemangioma
- acral arteriovenous tumor
- eccrine angiomatous hamartoma
- reactive angioendotheliomatosis
- bacillary angiomatosis

- Kaposiform hemangioendothelioma
- retiform hemangioendothelioma
- papillary intralymphatic angioendothelioma
- pseudomyogenic hemangioendothelioma
- polymorphous hemangioendothelioma
- Kaposi sarcoma
- composite hemangioendothelioma
- multifocal lymphangioendotheliomatosis with thrombocytopenia (MLT)
- hemangioendothelioma nno

lymfatische malformaties
- lymfangioma circumscriptum
- cystic hygroma
- mixed macro / microcystic lymphatic malformation

maligne tumoren
- basaalcelcarcinoom
- plaveiselcelcarcinoom
- basosquameus carcinoom
- lentigo maligna
- lentigo maligna melanoma
- melanoom
- superficial spreading melanoom
- nodulair melanoom
- acrolentigineus melanoom
- amelanotisch melanoom
- atypisch fibroxanthoom
- maligne fibreus histiocytoom
- dermatofibrosarcoma protuberans
- Merkelcel tumor
- angiosarcoma
- desmoid tumor

fibromateuze tumoren
- PEN
- neurofibroom
- plexiform neurofibroom
- Schwannoom
- neurinoma
- neurilemmoma
- fibrous papule of the face
- perineurioma
- perifolliculair fibroma
- neurothekeoma
- fibroma molle (fibroma pendulans, skin tag)
- dermatofibroom
- knuckle pads
- infantile digital fibroma
- fibrokeratoma
- periunguaal fibroma, Koenense tumoren
- plantaire fibromatosis (m. Ledderhose)
- elastofibroma
- nodular fasciitis

adnextumoren
folliculair (haarfollikel)
- haar follikel naevus
- trichofolliculoma
- fibrofolliculoma
- perifolliculair fibroma
- trichodiscoma
- naevus sebaceus
- trichoepithelioma
- desmoplastisch trichoepithelioma
- pilomatricoma
- trichilemmoma
- trichilemmal carcinoma
- isthmicoma (tumor uitgaande van folliculair infundibulum)
- trichoblastoma
- trichoadenoma
- proliferating pilar tumor
- eruptieve vellus haar cyste
- steatocystoma multiplex

sebaceus (talgklier)
- naevus sebaceus
- talgklierhyperplasie
- sebaceous adenoma
- sebaceous epithelioma
- sebaceous carcinoma

diversen
- adenoma
- adenocarcinoma

apocriene zweetklieren
- chondroid syringoma
- poroma
- apocrine adenoma
- apocrien hidradenoma
- apocrien hidrocystoma
- syringocystadenoma papilliferum
- spiradenoma
- cylindroma
- carcinoma uitgaande van apocriene klier

eccriene zweetklieren
- eccriene naevus
- eccrien angiomateus hamartoma
- eccrien hidrocystoma
- eccrien spiradenoma
- papillair adenoma
- poroma
- hidroacanthoma simplex
 (intraepidermal eccrien poroma)
- poroid hidradenoma
- hidradenocarcinoma
- syringoma
- chondroid syringoma
- cylindroma
- eccrien syringofibroadenoma
- adenocarcinoma


Author(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatologist, Amsterdam UMC.

27-01-2026 (JRM) - www.skin-diseases.eu Terug naar homepagina