Prednisolon is beschikbaar als tabletten van 5, 10,
20, 30 en 50 mg en als prednison 5 of 100 mg. Prednison wordt in de lever omgezet
in de werkzame stof prednisolon. Prednisolon werkt snel, binnen dagen tot weken,
en kan langdurig worden gebruikt, indien nodig zelfs jarenlang, maar dan moet
wel profylactische medicatie worden gestart (calcium, vitamine D, eventueel
alendroninezuur, maagzuur-remmers bij risicogroepen, cotrimoxazol bij hoge doseringen).
De dagdosis kan in 1 keer worden ingenomen, bij voorkeur ’s ochtends, voor of
tijdens de maaltijd, met melk of water.
Indicaties
Dosering
Stootkuren en afbouwschema’s
Screenend onderzoek
Hepatitis B en C
Latente tuberculose
Controles tijdens gebruik
PJP profylaxeVaccinaties
BijwerkingenZwangerschap,
lactatie en
vruchtbaarheid
Osteoporose profylaxe
bijnierschors insufficiëntie
Addison crisis
Contra-indicatiesWaarschuwingen
en voorzorgenInteracties
MaagzuurremmersTekst
met belangrijkste bijwerkingen om te bespreken met de patiënt (WGBO)
Tekst met belangrijkste informatie voor de huisarts
Samenvatting
IndicatiesDe lijst van toepassingen binnen de dermatologie
is zeer groot. Meestal wordt het gebruikt voor kortdurende interventies. Prednisolon
is al heel lang op de markt, nog voor dat het gebruikelijk was om registratiestudies
te verrichten. Het is niet officieel geregistreerd voor huidziekten, maar het
farmacotherapeutisch kompas noemt wel een aantal indicaties zoals pemphigus
vulgaris, bulleus pemphigoid, erytrodermie, erythema exsudativum multiforme,
Stevens-Johnson syndroom, mycosis fungoides, bulleuze dermatitis herpetiformis,
lupus erythematodes disseminatus, polyarteriitis nodosa en andere vasculitiden,
arteriitis temporalis, poly- en dermatomyositis.[1]
Prednisolon wordt ook
gebruikt bij acne agminata, acne fulminans, apthosis major, alopecia areata,
anafylactische reacties, acrovesiculeus eczeem, atopisch eczeem, Behçet syndroom,
chilblain lupus, Churg-Strauss syndroom, contacteczeem, eosinofiele cellulitis,
geneesmiddelenreacties, graft-versus-host-disease, kwallenbeten, insectensteken,
interstitial granulomatous dermatitis, Langerhans cel histiocytosis, lichen
planus, MIRM, necrobiosis lipoidica, panniculitis, polymorfe licht eruptie,
pruritus e.c.i., pyoderma gangrenosum, reversal reacties bij lepra, rosacea
fulminans, sarcoidose, sclerodermie, SLE, Sweet syndroom, urticaria en angio-oedeem,
vitiligo, Wegener, etc. Langdurig gebruik (>90 dagen) bij atopisch eczeem
wordt ontraden.[2] Het kan wel worden voorgeschreven als acute interventie of
ter overbrugging bij het opstarten van andere systemische therapie.
DoseringDe dosis ligt in de
range 0.5-1.0 mg/kg. Met variaties tot 0.1-2 mg/kg. Het is meestal niet nodig
om (bij obesitas) hoger dan 80 mg voor te schrijven. Bij
pyoderma gangrenosum
wordt 0.75-1.0 mg/kg geadviseerd. Bij
SJS/TEN wordt geadviseerd om
3 achtereenvolgende dagen een zeer hoge dosering te gebruiken, 120-150 mg per
dag (1.5-2 mg/kg), soms nog hoger, b.v. 100 mg dexamethason per dag. En daarna
stoppen of doorgaan met een lage dosis. Het is niet zeker of zeer hoge doses
zo veel beter zijn maar de gedachte hier achter is dat het zeker moet zijn dat
het genoeg is. Ook voor enkele immunologische en neurologische indicaties worden
soms megadoses prednison gegeven voor 3 opeenvolgende dagen, bijvoorbeeld 1000
mg methylprednisolon per dag i.v. of oraal, of 5 dagen 500 mg per dag.
generische naam corticosteroïd: |
relatieve
anti-inflammatoire werkzaamheid: |
relatieve
mineralocorticoide werkzaamheid: |
| hydrocortison |
1 |
1 |
| cortison |
0.8 |
0.8 |
| prednison |
4 |
0.6 |
| prednisolon |
4 |
0.6 |
| methylprednisolon |
5 |
0.5 |
| triamcinolon |
5 |
0 |
| betamethason |
25 |
0 |
| dexamethason |
25 |
0 |
Probeer prednisolon zo kort mogelijk te geven. Twee weken aaneengesloten
gebruik zal nog geen problemen veroorzaken, maar probeer daarna te gaan afbouwen.
Hier zijn geen vaste regels voor, er circuleren diverse schema’s. Een algemeen
advies bij langdurig gebruik is afbouwen met 2.5-5 mg per 3-7 dagen tot 7.5
mg per dag, en daarna langzamer (2.5 mg minder per 2-3 weken). Bij maanden-
of jarenlang gebruik, kan het nodig zijn om nog langzamer af te bouwen. Bij
korte stootkuren (2-4 weken, zie onder) kan sneller worden afgebouwd.
Stootkuren en afbouwschema’s
Met stootkuur wordt binnen de dermatologie meestal bedoeld een kuur van een
aantal weken die begint met een hoge dosis en dan volgens een bepaald schema
afbouwt naar 0 mg.
Enkele
voorbeelden van
stootkuren zijn:
40-40-35-35-30-30-25-25-20-20-15-15-10-10 mg/dag (2
weken, 70 tab)
40-40-40-35-35-35-30-30-30-25-25-25-20-20-20-15-15-15-10-10-10
mg/dag (3 weken, 105 tab)
40-40-40-40-40-40-40-30-30-30-30-30-30-30-20-20-20-20-20-20-20-10-10-10-10-10-10-10
mg/dag (4 weken, 140 tab)
Afbouwschema’s worden ook gebruikt als een
patiënt zeer langdurig prednison heeft gebruikt waarbij er grote kans is op
bijnierschors insufficiëntie. bijnierschors insufficiëntie kan al na 2 weken
optreden. Zie voor voorbeelden van afbouwschema’s verder onder bijnierschors
insufficiëntie.
Screenend
onderzoek voorafgaande aan het startenPrednisolon wordt meestal
acuut gestart met de intentie om het niet te lang te geven. In die situatie
is het niet zinvol om eerst screenend onderzoek te doen.
Bij verwacht
langdurig gebruik (> 1 maand ≥ 10 mg prednison):
| - |
advies: meet en noteer bloeddruk en uitgangsgewicht. |
| - |
lab: nuchter glucose |
| - |
recent advies is ook screenen op hepatitis (HBsAg, anti-HBC, en
anti-HCV), zie verder |
| - |
optioneel aanvullend uitgangslab (algemeen bloedbeeld, cholesterol
en triglyceriden) |
| - |
lees de adviezen over osteoporose profylaxe, maagzuurremmers, infecties
en vaccinaties |
InfectiesLangdurig gebruik
van prednisolon in hoge doseringen kan sluimerende infecties maskeren of manifest
laten worden, zoals herpes zoster,
Pneumocystis jirovecci pneumonia
(PJP),
Strongyloides, hepatitis B en C, en latente tuberculosis. Tegen
herpes zoster kan
men zich laten vaccineren, maar bij prednisongebruik wordt dit nog niet vergoed,
wel bij andere immunosuppressiva (zie onder
vaccinaties).
Hepatitis B en C
T.a.v. het screenen op hepatitis B en C voor het starten van prednisolon verschillen
de adviezen sterk. Het was nooit gebruikelijk om dat te doen, omdat de frequentie
van hepatitis B en C in de Nederlandse populatie laag is (0.1-0.4%), en dalende,
omdat sinds 2002 risicogroepen worden gevaccineerd, en sinds 2011 ook alle kinderen
die deelnemen aan het Rijksvaccinatie programma. In sommige FMS richtlijnen
werd wel geadviseerd om te screenen op hepatitis B en C bij
risicogroepen:
(voormalig) intraveneus druggebruikers, eerste generatie migranten en asielzoekers
uit landen waar hepatitis B en C veel (>2% van de populatie) voorkomt, homosexuele
mannen, sexwerkers, hiv-patiënten.
In 2024 is er een
HBV richtsnoer gepubliceerd
door de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging voor
Maag-Darm-Leverziekten (NVMDL), Nederlandse Vereniging voor Hepatologie (NVH)
en Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuis Apothekers (NVZA).[3] In dit richtsnoer
staat ook het zinnetje:
alle patiënten die chemotherapie
of immuunsuppressie ondergaan
dienen te worden gescreend
op hepatitis B infectie middels anti-HBc en HBsAg. En daar wordt ook prednisolon
toe gerekend. Eigenlijk zou het woord dienen niet meer in richtlijnen gebruikt
mogen worden zonder statistische onderbouwing met cijfers waarbij ook gekeken
wordt naar de kostenkant en naar numbers needed to screen (NNS), het aantal
personen dat gescreend moet worden in een bepaalde periode ter voorkoming van
overlijden of van een bepaalde ziektegebeurtenis. Maar nu dit er zo dwingend
geformuleerd in staat worden voorschrijvers van langdurig hoog prednison min
of meer gedwongen te screenen op hepatitis B.
Er zijn circa 40.000 personen
in Nederland met actieve of chronische hepatitis B (0.2%), circa 500 personen
moeten worden gescreend om 1 infectie op te sporen en dat kost circa 12.000
euro (24 euro voor HBsAg + anti-HBC). Er zijn studies over mortaliteit en morbiditeit.[4,5]
Bij chemotherapie: ernstige hepatitis 67%, sterfte 10% (5-40%). Bij immunosuppressiva:
hepatitis 48%, ernstige hepatitis 25.7%, sterfte: geen. Het starten van een
virusremmer kan bij circa 70-80% ernstige hepatitis en sterfte voorkomen. De
kosten van screenen om, bij chemotherapie, 1 sterfgeval te voorkomen zijn 120.000 euro (exclusief
de kosten van de virusremmer). De kosten van screenen om, bij immunosuppressiva 1 geval van
ernstige hepatitis te voorkomen zijn 40.000 euro. Wordt ook anti-HCV meegetest
dan kost het 74.000 euro. De gezondheidsraad houdt een grens aan van 80.000
euro per QUALY (Quality-Adjusted Life Year).
In het HBV richtsnoer wordt
geadviseerd HBsAg positieve patiënten (actieve hepatitis B infectie) profylactisch
te behandelen met entecavir (ETV), tenofovir disoproxil fumaraat (TDF) of tenofovir
alafenamide (TAF). Dit geldt ook voor HBsAg-negatieve, anti-HBc positieve patiënten
(doorgemaakte infectie) die behandeld worden met immunosuppressiva of chemotherapie
met een matig of hoog risico op reactivatie van het virus. Hoog risico: rituximab,
ofafumumab, cytostatica, hoge doses prednison. Matig risico: TNF-remmers, ustekinumab,
vedolizumab, tyrosinekinaseremmers, JAK-inhibitors, gemiddelde dosis prednison).
Bij matig risico is regelmatig lab ook een optie (HBsAg/anti-HBs/HBV DNA, ALAT
elke 1-3 maanden). Profylactische behandeling is niet zinvol bij medicatie met
een laag risico op reactivatie (azathioprine, 6-mercaptopurine, methotrexaat,
intra-articulaire steroïden, orale steroïden voor een duur van <1 week (ongeacht
de dosis) en langdurige behandeling met laaggedoseerde steroïden (<10 mg
prednison of equivalent).
Consequentie van dit advies is dat er toch
gescreend moet worden op hepatitis B (en C, omdat dat bij dezelfde risicogroepen
voorkomt) bij patiënten die behandeld worden met een gemiddelde (≥ 10 mg/dag)
tot hoge (≥ 20 mg/dag) dosis prednison gedurende langer dan 4 weken.
Virusremmers bij hepatitis B infectieR/ entecavir (ETV)
1 dd 1 tab à 0.5 mg.
R/ tenofovir disoproxil fumaraat (TDF) 1 dd 1 tab à
245 mg.
R/ tenofovir alafenamide (TAF) 1 dd 1 tab à 25 mg.
Lab bepalingenHBsAg (hepatitis
B-surface antigeen, positief bij actieve infectie)
anti-HBc
(antistoffen tegen het kern (core) antigeen, positief bij doorgemaakte infectie)
Anti-HBs (antistoffen tegen hepatitis B-surface antigeen,
test afweer / vaccinatiestatus)
Hepatitis B virus DNA
(opsporen van actieve hepatitis B infectie of reactivatie)
Anti-HCV (screenen op hepatitis C, indien positief ook HCV
RNA PCR aanvragen)
HCV RNA PCR ((opsporen van actieve
hepatitis C infectie of reactivatie)
Samenvatting
Bepaal bij gemiddelde 10-20 mg/dag of hoge ≥ 20 mg/dag dosis prednison gedurende
≥ 4 weken voor het starten HBsAg, anti-HBC, en anti-HCV. Bij een actieve hepatitis
B infectie (HBsAg-positief) wordt profylactische antivirale therapie met TDF
of ETV gestart. Bij een doorgemaakte infectie (HBsAg-negatief en anti-HBc-positief)
wordt profylactische therapie aanbevolen bij hoog risico op reactivatie (≥ 20
mg prednison ≥ 4 weken). Zie voor de behandelduur het HBV richtsnoer. Alternatief
is monitoring (HBsAg/anti-HBs/HBV DNA, ALAT elke 1-3 maanden).
Latente tuberculose
Bij langdurig gebruik in hoge dosering is er een verhoogd risico (circa 2.5-5
keer verhoogd) op het manifest worden van latente tuberculose.[6] De CDC houdt
daarvoor aan ≥ 15 mg/dag gedurende > 1 maand, het RIVM hanteert als grens
een cumulatieve dosis van 700 mg prednisolon. Een 5 keer verhoogd risico lijkt
relevant maar het is goed om te beseffen dat de incidentie van nieuwe tuberculosegevallen
in deze studie in de Engelse populatie slechts 3 per 100.000 persoonjaren was,
bij een 5 keer hoger risico gaat het dus om circa 15 per 100.000 persoonjaren.
Dit is zo laag dat het eigenlijk niet verantwoord is om alle patiënten hier
op te screenen. In richtlijnen van andere specialismen wordt niet geadviseerd
om te screenen op latente TBC bij het starten van prednison, omdat het gevaar
op reactivatie met gevolgen voor de gezondheid niet zo groot is als bij de TNF-alfa
remmers. Screenen op latente TBC houdt overigens tegenwoordig in, volgens de
FMS richtlijn, dat het risico op infectie wordt geïnventariseerd met een vragenlijst,
en dat alleen bij risico op blootstelling diagnostiek wordt gedaan (Mantoux,
IGRA, thoraxfoto).[7]
Controles tijdens gebruikBij kortdurend gebruik van prednisolon
is uitgebreide monitoring niet zinvol. Bij langdurig gebruik van prednisolon
kunnen controle van bloeddruk, glucose, oogonderzoek, hypothalamus-hypofyse-bijnier
as suppressietesten (bij klachten passende bij bijnierschors insufficiëntie),
botdichtheidsmetingen en groeimetingen (bij kinderen) nodig zijn.
Advies:
bij verwachte langdurige behandeling bij aanvang bloeddrukmeting verrichten
en gewicht noteren. Controleer elke 3 maanden, en zo nodig vaker, bloeddruk,
nuchter glucose en gewicht(toename). Indien een patiënt symptomen ontwikkelt
zoals wazig zien of andere visusstoornissen, of risicofactoren heeft op glaucoom
zoals positieve familieanamnese of voorgeschiedenis voor openkamerhoekglaucoom,
diabetes mellitus, hoge myopie, hypertensie of bindweefselziekten (met name
reumatoïde artritis), dient te worden overwogen de patiënt door te verwijzen
naar een oogarts.
PJP profylaxe
Bij patiënten die hoge doseringen immunosuppressiva gebruiken voor langere tijd,
of meerdere tegelijkertijd, is te overwegen om profylactisch cotrimoxazol 1
dd 480 mg voor te schrijven ter voorkoming van
pneumocystis carini
pneumonie (PCP; nieuwe naam
Pneumocystis jirovecii
pneumonie; PJP). Dit is een gist die longontsteking kan veroorzaken
bij immuungecompromitteerde patiënten, zoals hiv-patiënten of gebruikers van
immunosuppressiva. Amerikaanse richtlijnen adviseren 960 mg, de Nederlandse
SWAB richtlijn stelt dat 480 mg voldoende is. Het is goed om te weten dat dapson
ook kan worden voorgeschreven voor PCP profylaxe. Het wordt beschouwd als tweede
keus middel, alleen of in combinatie met trimethoprim (bij patiënten die geen
sulfapreparaten verdragen).
Indicaties voor PJP profylaxe bij immunosuppressieve
therapie voor chronische inflammatoire aandoeningen (Antibioticarichtlijn AMC):
| • |
Behandeling met corticosteroïden in combinatie
met cyclofosfamide (geschat risico > 6%) |
| • |
Behandeling met hoge dosis corticosteroïden
(≥ 20 mg prednisolon of equivalent per dag gedurende 4 weken) in combinatie
met: |
| |
- |
Baseline lymfocytopenie (< 1.2) of CD-4 lymfocytopenie
(< 0.3) (geschat risico 2-6%) |
| |
- |
Biologicals (rituximab, TNF-alfa remmers) of andere
immunosuppressiva (met name methotrexaat en mycofenolaat mofetil, maar
ook ciclosporine en azathioprine) (geschat risico 2-6%) |
| |
- |
Een startdosering van prednisolon 60 mg of meer, of
chronisch corticosteroïd gebruik na een methylprednisolon stootkuur
(geschat risico 2-6%) |
Profylaxe is geïndiceerd tot 4 weken nadat corticosteroïden zijn afgebouwd
tot < 20 mg prednisolon of equivalent per dag.
VaccinatiesTijdens langdurig
gebruik van prednison in hoge doseringen geen levend verzwakte vaccins toepassen.
Bij langdurig (> 3 maanden) prednisongebruik in doseringen ≥ 10 mg kan het
zinvol zijn om te vaccineren tegen bepaalde infectieziekten. Bijvoorbeeld de
jaarlijkse griepvaccinatie, vaccinatie tegen herpes zoster, vaccinatie tegen
pneumokokkeninfectie, vaccinatie tegen hepatitis B in risicogroepen (Tropenreizigers,
frequent onbeschermd sexueel contact, drugsgebruikers). Vaccinatie is niet verplicht,
patiënten moeten zelf een keuze maken.
Het
griepvaccin
wordt verstrekt via de huisarts. Na vaccinatie daalt de kans op het krijgen
van griep met 35-50%.
Herpes zoster kan veel pijn,
littekens, en chronische neuropathie veroorzaken, eigenlijk zou iedereen boven
de 60 die het zich kan veroorloven of die het vergoed krijgt zich moeten laten
vaccineren. Vaccinatie tegen herpes zoster wordt sinds 2025 vanaf 18 jaar vergoed
bij gebruik van immunosuppressieve biologicals en JAK-remmers, maar dat geldt
nog niet voor andere immunosuppressiva zoals prednisolon. Gebruikelijk is dat
de voorschrijver van de immunosuppressiva de machtiging invult (bij vergoede
indicaties) en het recept maakt. De huisarts geeft het vaccin.
Pneumokokkenvaccinatie
verloopt meestal via een consult tropenpoli / vaccinatiepoli / GGD. Het advies
om te vaccineren komt van het RIVM, maar is slecht wetenschappelijk onderbouwd,
met name is niet gekeken naar de kosteneffectiviteit. De kans op invasieve pneumokokken
infectie is 3-4.6 keer verhoogd bij immunosuppressiva gebruik, vooral bij biologicals
en JAK-remmers, maar de incidentie is nog steeds laag (65/100.000). Om 1 sterfgeval
te voorkomen moeten meer dan 7000 patiënten die immunosuppressiva gebruiken
worden gevaccineerd en dat kost meer dan 700.000 euro. Dat is veel meer dan
het bedrag dat de gezondheidsraad aanhoudt voor 1 QUALY (80.000 euro).
BijwerkingenHet Farmacotherapeutisch
kompas geeft een goed overzicht van de vele bijwerkingen die kunnen optreden.
Deze zijn ook opgenomen in de bijsluiter die de patiënt krijgt van de apotheek.
Het advies aan de patiënt is om goed de bijsluiter te lezen.
Belangrijkste bijwerkingen (met name bij langdurig gebruik)
| - |
Gewichtstoename door toegenomen eetlust en oedeem; centrale obesitas
(moonface, buffalo hump). |
| - |
Prednisolon-geïnduceerde diabetes / risico op hyperglycemieën bij
diabetes mellitus type 1 en 2. |
| - |
Hypertensie. |
| - |
Huidatrofie waardoor ecchymosen, hematomen en striae. |
| - |
Stemmingsveranderingen en slaapstoornissen. |
| - |
Addison crisis bij acuut staken dan wel bij stress (trauma, ziekte,
operatie). Klachten bij acute bijnierschors insufficiëntie kunnen zijn
malaise, buikpijn, misselijkheid, braken, koorts, duizeligheid, bewustzijnsdaling,
verwardheid, hypotensie, tachycardie, dehydratie en shock. |
| - |
Verhoogd risico op infecties, ook opportunistische infecties. |
| - |
Overig: ulcus pepticum bij risicogroepen, osteoporose (bij langdurig
gebruik en geen gebruik profylaxe), glaucoom |
Uitgebreide lijst van bijwerkingen (bron: Farmacotherapeutisch
kompas)Vocht- en elektrolytenevenwicht: natrium- en vochtretentie,
kaliumverlies, hypokaliëmische alkalose.
Bewegingsapparaat: spierzwakte en
spieratrofie (steroïdmyopathie), osteoporose met kans op compressiefracturen
van de wervels, aseptische botnecrose (vooral van de femur- en humeruskoppen).
Maag-darmstelsel: ulcus pepticum met meer kans op bloeding en (gemaskeerde)
perforatie, pancreatitis, oesofagitis.
Huid: vertraagde wondgenezing, dunne
kwetsbare huid, petechiën en ecchymose, erytheem van het gelaat, acne, striae,
urticaria, rosacea-achtige dermatitis.
Bloed- en lymfestelsel: erytro- en
granulocytose, matige leukocytose, lymfo- en eosinopenie.
Zenuwstelsel: intracraniële
drukverhoging met papiloedeem (pseudotumor cerebri), vooral bij kinderen tijdens
of kort na snelle onttrekking, convulsies, vertigo, hoofdpijn.
Endocrien:
menstruatiestoornis, erectiestoornis, hirsutisme, Cushingsyndroom, groeiremming
bij kinderen, remming van hypothalamus-hypofyse-bijnier-as, met kans op bijnierschors
insufficiëntie ten tijde van stress (zoals trauma, operatie en ziekte), verlaagde
koolhydraattolerantie, waardoor latente diabetes mellitus manifest kan worden.
Oog: subcapsulaire lenscataracten, glaucoom, centrale sereuze chorioretinopathie,
wazig zien.
Psyche: stemmingsveranderingen, euforie, angst, prikkelbaarheid,
depressie, slapeloosheid, psychose.
Stofwisseling: negatieve stikstofbalans
door eiwitafbraak, gewichtstoename, centripetale vetzucht (gelaat, romp), versterkt
door toename van de eetlust (te beperken door dieetmaatregelen), hypercholesterolemie,
hypertriglyceridemie.
Hart en bloedvaten: hartfalen bij gepredisponeerde
patiënten, bradycardie (bij hoge dosering), hypertensie, atherosclerose, trombo-embolie,
vasculitis (ook als onthoudingsverschijnsel na langdurige therapie).
Overige:
verhoogde gevoeligheid voor infecties en maskering van klinische verschijnselen,
verstoorde immuunrespons. Overgevoeligheidsreacties (waaronder anafylactische
reacties). Na langdurige therapie kan staken van de toediening van corticosteroïden
een corticosteroïdonthoudingssyndroom tot gevolg hebben, begeleid door koorts,
myalgie, artralgie en malaise; dit kan zelfs zonder tekenen van bijnierschors
insufficiëntie optreden.
Zwangerschap
Prednison mag worden voorgeschreven in de zwangerschap. Streef naar zo kort
mogelijk gebruik in de laagst mogelijke dosering. Prednison passeert de placenta,
de serumconcentratie bij de foetus is circa 10% van de maternale concentratie.
Bij betamethason en dexamethason is dat veel hoger (30% resp. 100%). Bij chronisch
gebruik in hogere doseringen is intra-uteriene groeivertraging beschreven. Chronisch
gebruik in het 3e trimester kan tijdelijke neonatale bijnierschorssuppressie
veroorzaken; kenmerken hiervan zijn neonatale hypoglykemie, hypotensie, elektrolytverstoringen
en verstoring van de immuunrespons.
LactatiePrednison mag worden voorgeschreven tijdens het
geven van borstvoeding. Circa 1-5% gaat over in de moedermelk. Nadelige effecten
op de zuigeling zijn niet gemeld. Een optie is om na inname 3 tot 4 uur te wachten
met voeden.
Vruchtbaarheid
Prednison heeft geen negatief effect op de vruchtbaarheid van vrouwen. In het
kompas staat dat mannen die een hoge dosis prednison gebruiken (≥ 30 mg per
dag ≥ 4 weken) tijdelijk verminderd vruchtbaar kunnen zijn en dat dit reversibel
is, enkele maanden na staken. In de Mother To Baby Fact Sheet staat echter dat
er geen negatief effect is op de vruchtbaarheid van mannen, en dat er geen schadelijke
effecten op de zwangerschap zijn te verwachten bij gebruik van prednison door
mannen.
Osteoporose profylaxe
Er is een Nederlandse richtlijn osteoporose profylaxe, maar die is zeer complex
en onoverzichtelijk, met verschillende beslisbomen afhankelijk van dosering,
leeftijd, fractuurgeschiedenis en de uitkomsten van röntgenfoto’s en botdichtheidsmetingen
(dexascan). De versimpeling is: geef iedereen boven de 40 jaar die meer dan
3 maanden ≥ 7.5 mg prednison gebruikt osteoporose profylaxe in de vorm van calcium
en vitamine D. En overweeg bij verhoogd risico (> 50 jaar, fracturen doorgemaakt,
verlaagde botdichtheid) ook alendroninezuur voor te schrijven. Calcichew D3
wordt niet meer vergoed, adviseer patiënten om ook bij de drogist te kijken
of het daar goedkoper is dan via de apotheek.
R/ calcium tabletten 500
mg per dag (bij 1-3 porties zuivel inname).
R/ calcium tabletten 1000 mg
per dag (bij geen zuivel inname).
R/ vitamine D3 (cholecalciferol) tabletten
800 IE per dag.
R/ Calcichew D3 500/800 of 1000/800 per dag.
R/ alendroninezuur
10 mg per dag. Niet bij zwangeren of vrouwen met kinderwens. Alternatieven voor
alendroninezuur zijn denosumab, teriparatide, of zoledroninezuur.
Adviezen in de richtlijn fractuurpreventie bij glucocorticoïden:
| - |
Streef naar een zo kort mogelijke behandeling met een zo laag mogelijke
dosis glucocorticoïden |
| - |
Voldoende calcium (minimaal 1000 tot 1200 mg per dag) en vitamine
D (800 IE per dag) |
| - |
Gezonde voeding, voldoende lichaamsbeweging, stoppen met roken,
geen of matig alcohol gebruik |
| - |
Bij gebruik van ≥ 7.5 mg prednison langer dan 3 maanden: - patiënten
≥ 50 jaar: start osteoporose preventie medicatie - patiënten 40 tot
50 jaar: - doe diagnostiek naar botdichtheid en fracturen
m.b.v. DXA (VFA) of röntgenfoto TWK en LWK - start osteoporose
preventie medicatie in de volgende situaties:
- een recente (< 2 jaar) niet-wervelfractuur;
- wervelfractuur, bevestigd met beeldvorming op DXA (VFA) of röntgenfoto
(minimaal graad 2, ≥ 25% hoogteverlies).
- T-score ≤ -2,0 in lumbale wervelkolom en/of heup bij DXA/VFA -
patiënten < 40 jaar: geen osteoporose preventie nodig |
| - |
Schrijf als eerste keuze orale bisfosfonaten voor (alendroninezuur
of risedroninezuur). |
| - |
Schrijf als tweede keuze denosumab, teriparatide, of zoledroninezuur
voor - bij patiënten die orale bisfosfonaten niet verdragen
- bij een contra-indicatie voor orale bisfosfonaten
- bij slechte therapietrouw - bij een nieuwe fractuur
na tenminste 1 jaar therapie - bij een zeer hoog fractuurrisico
- leeftijd ≥ 75 jaar;
- een recente (< 2 jaar) niet-wervelfractuur;
- een wervelfractuur graad 2, bevestigd met beeldvorming (minimaal ≥
25% hoogteverlies) - een
lage T-score (≤ -2.0) in heup en/of wervelkolom;
- hoge dosis glucocorticoïden (≥ 15 mg per dag gedurende tenminste 3
maanden) - een ernstige
activiteit van de onderliggende ziekte |
bijnierschors insufficiëntie
bijnierschors insufficiëntie kan in zeldzame gevallen al na 2 weken prednisolon
gebruik ontstaan en is één van de belangrijkste redenen om het zo kort mogelijk
voor te schrijven. Meestal komt de bijnier weer op gang en herstelt de cortisol
productie zich, maar soms niet en ontstaat chronische bijnierschors insufficiëntie.
Bij een niet goed werkende bijnier kan er in stress-omstandigheden een Addisonse
crisis ontstaan (acute bijnierschors insufficiëntie).
Dit heeft consequenties:
| - |
Na langdurig prednison gebruik niet zo maar stoppen maar langzaam
afbouwen |
| - |
Bij tekenen van bijnierschors insufficiëntie of aangetoonde bijnierschors
insufficiëntie nog langzamer afbouwen, eventueel overstappen op een
hydrocortison schema |
| - |
Bij chronische bijnierschors insufficiëntie hydrocortison schema
starten |
| - |
Bij stress (operatie, trauma, infectie) hydrocortison stress schema
gebruiken. Zie de
folder hierover van de website
www.bijnier.net. |
Het nuchter cortisol kan bepaald worden op het moment dat het gelukt is
om af te bouwen naar 10 mg prednisolon. Als de waarde te laag is dan zou er
bijnierschors insufficiëntie kunnen zijn. Als de waarde goed is (binnen de normaalwaarden,
en vooral als het > 400 nmol/l is) dan werkt de bijnier waarschijnlijk nog.
Verwijs patiënt zo nodig naar de endocrinoloog voor diagnostiek (cortisol, ACTH,
ACTH-stimulatietest (Synacthentest)) en begeleiding.
Afbouwschema prednisolon
vanaf 10 mg:
| |
Ma |
Di |
Wo |
Do |
Vr |
Za |
Zo |
| Week 1 |
7.5 |
7.5 |
7.5 |
7.5 |
7.5 |
7.5 |
7.5 |
| Week 2 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
| Week 3 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
5 |
2.5 |
| Week 4 |
5 |
5 |
2.5 |
5 |
5 |
5 |
2.5 |
| Week 5 |
5 |
5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
| Week 6 |
2.5 |
5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
| Week 7 |
2.5 |
5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
| Week 8 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
5 |
2.5 |
| Week 9 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
2.5 |
| Week 10 |
stop |
Of, nog langzamer, elke 4 weken 1.25 mg er af:
| Maand 1 |
|
10 mg en 7.5 mg om de dag |
| Maand 2 |
|
7.5 mg per dag |
| Maand 3 |
|
7.5 mg en 5 mg om de dag |
| Maand 4 |
|
5 mg per dag |
| Maand 5 |
|
5 mg en 2.5 mg om de dag |
| Maand 6 |
|
2.5 mg per dag |
| Maand 7 |
|
2.5 mg en 0 mg om de dag |
| Maand 8 |
|
stop |
Een andere optie is om op het moment dat de dosis prednison is afgebouwd
naar 10 mg over te stappen op een hydrocortison schema zoals ook bij bijnierschors
insufficiëntie wordt gebruikt:
Ochtend 10 mg Middag 5 mg Avond 5 mg (7.00
uur, 12.00 uur en 17.00 uur, bij benadering)
En dit dan in stappen te
verlagen, bijvoorbeeld per 2 weken 2.5 mg er af, als eerste van de avondgift,
daarna middag, daarna ochtend:
| 10 |
- |
5 |
- |
2.5 |
mg |
| 10 |
- |
2.5 |
- |
2.5 |
mg |
| 7.5 |
- |
2.5 |
- |
2.5 |
mg |
| 7.5 |
- |
2.5 |
- |
0 |
mg |
| 5 |
- |
2.5 |
- |
0 |
mg |
| 5 |
- |
0 |
- |
0 |
mg |
| 2.5 |
- |
0 |
- |
0 |
mg |
| stop |
Bij klachten van bijnierschors insufficiëntie (zie verder) overwegen nog
langzamer af te bouwen.
Addison
crisisTekort schieten van de eigen cortisolproductie in stress
situaties kan leiden tot een Addison crisis (acute bijnierschors insufficiëntie).
Dit kan al optreden bij >1 maand aaneengesloten gemiddeld gebruik van prednisolon
≥ 7.5mg/dag.
Milde verschijnselen van een tekort aan cortisol
zijn:
| • |
Vermoeidheid |
| • |
Concentratieproblemen |
| • |
Spierzwakte |
| • |
Somberheid |
| • |
Geen eetlust |
| • |
Duizeligheid |
De meest voorkomende verschijnselen van een Addisoncrisis zijn:
| • |
Misselijkheid en een wee gevoel
in de maag |
| • |
Braken |
| • |
Buikpijn en diarree |
| • |
Koorts |
| • |
Slaperigheid, sufheid, zwakte, neiging
tot flauwvallen |
Patiënten met een chronische bijnierschors insufficiëntie nemen elke
dag hydrocortison volgens een vast schema, bijvoorbeeld:
| Ochtend 20 mg |
|
Middag 10 mg |
|
Avond 10 mg |
| Ochtend 10 mg |
|
Middag 5 mg |
|
Avond 5 mg |
| Ochtend 7.5 mg |
|
Middag 2.5 mg |
|
Avond 2.5 mg |
Bij ernstige lichamelijke of psychische stress wordt geadviseerd om de dosis
te verhogen naar 20-20-20 mg. Bij matige lichamelijke of psychische stress wordt
geadviseerd om de dosis te verhogen naar 20-10-10 mg. In de
folder hierover van de website
www.bijnier.net wordt
uitgelegd wat verstaan wordt onder matige of ernstige lichamelijke of psychische
stress, met hoeveel je dan de dosis moet verhogen, en hoe je dat dan weer langzaam
kunt afbouwen. Bij ernstige acute bijnierschors insufficiëntie, vooral bij misselijkheid,
kan het nodig zijn om noodmedicatie te geven (hydrocortison injectie 100 mg
i.m. of i.v.).
Contra-indicaties
Absoluut: overgevoeligheid voor bestandsdeel of hulpstoffen,
acute ernstige bacteriële-, tropische (worm)-, virale- en/of systemische schimmelinfecties,
ulcus ventriculi en duodeni, herpes simplex oculi, toediening na vaccinatie
met levend verzwakt vaccin.
Relatief: ulcuslijden
in de anamnese, latente tuberculose, psychische stoornissen in de anamnese,
osteoporose, hypertensie, diabetes mellitus, gegeneraliseerde sclerose gezien
verhoogde incidentie (mogelijk fatale) sclerodermale niercrisis met hypertensie
en verminderde urinaire excretie indien ≥ 15mg prednisolon/dag, diverticulitis,
colitis ulcerosa met dreigende perforatie, hartfalen, leverfalen, glucocorticoïd
geïnduceerde myopathie, nierinsufficiëntie, epilepsie, myasthenia gravis, glaucoom.
Waarschuwingen en
voorzorgenBij langdurig gebruik wordt regelmatig oogheelkundig
onderzoek aanbevolen. Controleer ook de bloedglucosespiegel regelmatig. Bij
risicofactoren voor maagcomplicaties kan profylactisch gebruik van een maagbeschermer
noodzakelijk zijn. Het risico op fracturen neemt toe, vooral bij langdurig gebruik
van hogere doseringen. Besteed aandacht aan leefstijladviezen en inname van
voldoende calcium en vitamine D3. Medicatie ter preventie van fracturen is geïndiceerd
bij gebruik van glucocorticoïden met een verwachte duur > 3 maanden, afhankelijk
van de dosis en de leeftijd. Steroïdgeïnduceerde bijnierschors insufficiëntie
kan optreden bij langdurige behandeling. Om acute adrenale insufficiëntie te
voorkomen, de corticosteroïdbehandeling altijd geleidelijk afbouwen, verspreid
over weken of maanden naargelang de dosis en de duur van de behandeling. Bij
stress (operatie, trauma, infectie) tijdens of gedurende een halfjaar ná een
langdurige behandeling, kan een tijdelijke dosisverhoging ofwel opnieuw behandelen
met corticosteroïden noodzakelijk zijn. Tijdens gebruik bestaat een verhoogde
gevoeligheid voor infectie met maskering van de klinische verschijnselen van
infectie en ontsteking. Bij een bacteriële infectie zo mogelijk eerst de verwekker
bepalen en de infectie behandelen alvorens met de toediening van glucocorticoïden
te beginnen. Latente infecties veroorzaakt door bijvoorbeeld Mycobacterium,
Pneumocystis jiroveci, Strongyloides en Entamoeba histolytica kunnen manifest
worden. Wees voorzichtig bij (vanwege meer kans op complicaties) ulcuslijden
in de voorgeschiedenis; colitis ulcerosa met een dreigende perforatie of met
een pyogene infectie (zoals een abces); latente tuberculose; psychische stoornis
in de voorgeschiedenis; osteoporose; hypertensie; diabetes mellitus; eerder
door glucocorticoïd veroorzaakte myopathie; epilepsie; oculaire herpes vanwege
een mogelijke perforatie van de cornea; systemische sclerose. De groei en ontwikkeling
van kinderen nauwlettend volgen bij langdurig gebruik; om groeiremming te voorkomen
streven naar een alternerende dosering. Bij ouderen kunnen de gebruikelijke
bijwerkingen van systemische corticosteroïden gepaard gaan met ernstiger gevolgen.
Bij visuele veranderingen, zoals wazig zien, een oogarts raadplegen. Cataract,
glaucoom en centrale sereuze chorioretinopathie zijn gemeld na gebruik van corticosteroïden.
Interacties (alleen belangrijkste,
zie SmPC tekst)
| - |
Coumarine anticoagulantia: INR kan veranderen. |
| - |
Lisdiuretica, thiazide-diuretica of amfotericine B: meer risico
op hypokaliëmie. |
| - |
NSAID's: vergroot ulcerogeen effect. |
| - |
Digoxine: eerder toxische grens bereikt. |
| - |
Ciclosporine: kan werking van zowel prednisolon als ciclosporine
verhogen. |
| - |
Diabetes: behoefte aan insuline of orale bloedsuikerverlagende middelen
kan toenemen. |
Interacties (bron: Farmacotherapeutisch kompas)
Vaccinatie
met levende virussen bij gebruik van een immunosuppressieve dosering is gecontra-indiceerd.
Toediening van geïnactiveerde virus- of bacteriële vaccins is mogelijk niet
effectief. Enzyminductoren, zoals carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne en
rifampicine, kunnen de werking van corticosteroïden verminderen. De interactie
is alleen relevant bij behandeling langer dan twee weken. Zowel bij starten
als bij staken van de enzyminductor de corticosteroïddosering zo nodig bijstellen.
Wees voorzichtig bij gelijktijdige toediening van CYP3A-remmers, waaronder cobicistat
en ritonavir, omdat een toename van systemische bijwerkingen van het corticosteroïd
kan optreden. Oestrogenen kunnen het effect van corticosteroïden versterken.
De werking van zowel ciclosporine als corticosteroïden kan toenemen bij gelijktijdige
toediening. De respons op anticoagulantia kan veranderen, daarom de INR extra
controleren. Bij gelijktijdig gebruik van lisdiuretica, thiazide-diuretica of
amfotericine B is er meer kans op hypokaliëmie. De toxische grens van digoxine
kan eerder bereikt zijn. Gelijktijdig gebruik met NSAID's leidt tot een additief
ulcerogeen effect. De behoefte aan insuline of orale bloedglucoseverlagende
middelen bij diabetici kan toenemen. De respons op somatropine kan verminderen.
De plasmaspiegel van isoniazide kan dalen. De eliminatie van salicylaten kan
worden versneld; bij het staken van de behandeling neemt de kans op salicylaatintoxicatie
toe. Hoge doses corticosteroïden kunnen neuromusculair blokkerende stoffen antagoneren
en de kans op myopathie verhogen. Bij combinatie met ACE-remmers is er meer
kans op het optreden van veranderingen in bloedceltellingen. Huidreacties veroorzaakt
door allergietesten kunnen worden onderdrukt.
MaagzuurremmersHet is
niet nodig om standaard een maagzuurremmer voor te schrijven, ook niet bij langdurig
gebruik. Doe dit alleen bij een verhoogd risico op een maagbloeding. Keuze protonpompremmer:
omeprazol (eerste keus), esomeprazol of pantoprazol 1 dd 20 mg ’s ochtends,
pantoprazol 1 dd 40 mg bij clopidogrel gebruik.
Indicaties
voor start protonpompremmer zijn:
| - |
Voorgeschiedenis met ernstige gastro-oesofageale reflux of peptische
strictuur (en >30 dagen systemische corticosteroïden). |
| - |
Verhoogd risico op gastro-intestinale bloeding: Bij NSAID gebruik
én een peptisch ulcus of maagcomplicatie in de voorgeschiedenis, of
leeftijd ≥ 70 jaar, of ≥ 2 van de volgende risicofactoren: |
| |
- Leeftijd 60-70 jaar. |
| |
- Ernstige invaliderende reumatoïde artritis, hartfalen of
diabetes. |
| |
- Hooggedoseerd NSAID (dagelijkse dosis diclofenac >100
mg, ibuprofen >1200 mg, naproxen >500 mg). |
| |
- Comedicatie met verhoogd risico op maagcomplicaties (vitamine
K-antagonist, DOAC, heparine, clopidogrel, prasugrel, ticagrelor, laaggedoseerd
salicylaat, systemisch corticosteroïd, SSRI, venlafaxine, duloxetine,
trazodon, spironolacton). |
| - |
Bij een lage dosering salicylaten (zoals acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium)
of COX-2-selectieve NSAID (zoals celecoxib), én leeftijd > 80 jaar,
of leeftijd ≥ 70 jaar én comedicatie met verhoogd risico op maagcomplicaties
(zie boven), of leeftijd ≥ 60 jaar én ulcus of maagcomplicatie in de
voorgeschiedenis. |
Tekst met belangrijkste bijwerkingen
om te bespreken met de patiënt (WGBO)Besproken:
| - |
De indicatie voor prednisolon. |
| - |
Alternatieve opties. |
| - |
Doel van de behandeling: klachten vermindering. |
| - |
Effect verwacht binnen dagen tot weken. |
| - |
Vermijd NSAID’s. |
| - |
Vaccinatie advies bij langdurig gebruik in hoge dosering (griep,
gordelroos, pneumokokken infecties, hepatitis B); geen vaccinaties met
levend verzwakt vaccin gebruiken. |
Belangrijkste bijwerkingen:
| - |
Bij kortdurend gebruik: stemmingsveranderingen, slaapstoornissen
en hoge bloeddruk. |
| - |
Bij langer gebruik: gewichtstoename, diabetes, verhoging glucosewaarden
bij diabetes, infecties, dun worden van de huid, bloeduitstortingen,
striae, botontkalking. |
| - |
Contact opnemen bij: bijwerkingen, verdenking infectie, klachten
van wazig zien of andere visusstoornissen en, bij langdurig gebruik,
bij (verwachte) stress situaties (operatie, trauma, infectie). |
| - |
Meld gebruik van prednisolon altijd bij andere artsen en uw apotheek |
Bovenstaande informatie werd met patiënt besproken. Tevens werd geadviseerd
de bijsluiter te lezen. Patiënt heeft de informatie begrepen en is akkoord met
de behandeling.
Plak in dossier met Ctrl-V: klik op
Tekst met belangrijkste informatie
voor de huisartsBij patiënt werd gestart met prednison. Onderstaand
werd met patiënt besproken en is voor u ter informatie:
| - |
Prednisolon aanvangsdosering: xx mg. Op geleide van de klachten
zal getracht worden de dosering te verlagen. |
| - |
De meest voorkomende bijwerkingen zijn besproken. Geadviseerd werd
de bijsluiter te lezen. |
| - |
Er is een verhoogd risico op infectie. Advies contact op te nemen
bij aanwijzingen voor een infectie. |
| - |
Vaccinaties tegen griep, herpes zoster, pneumokokken infecties en
hepatitis B bij risicogroepen zijn te overwegen. Vermijden levend verzwakt
vaccin tot 1 maand na staken. |
| - |
Geen NSAID’s gebruiken. |
| - |
Bij langdurig gebruik prednisolon (≥ 7.5 mg/dag gedurende > 1
maand) kan acute bijnierschors insufficiëntie optreden in stress situaties
(operatie, trauma, infectie). Patiënt kreeg het advies dan contact op
te nemen met een arts. |
Plak in de brief Ctrl-V: klik op
SamenvattingBij
langdurig gebruik > 3 maanden ≥ 7.5 mg prednison:
| - |
bij risico op maagzweer omeprazol 1 dd 20 mg |
| - |
boven de 40 jaar Calcichew D3 1000/800 mg (wordt niet vergoed) |
| - |
bij hoog risico op botontkalking alendroninezuur 1 dd 10 mg |
| - |
alert zijn op bijnierschors insufficiëntie |
| - |
alert zijn op oogklachten (glaucoom), zo nodig consult oogarts |
| - |
gewicht, bloeddruk en glucose voor start en elke 3 maanden |
| - |
screenend onderzoek op latente TBC voor starten is niet nodig |
| - |
overweeg griepvaccinatie en noem de optie herpes zoster vaccinatie
(wordt niet vergoed) |
Bij langdurig gebruik > 1 maand ≥ 10 mg prednison:
| - |
screenen op hepatitis B en C (HBsAg, anti-HBC, en anti-HCV) |
| - |
profylaxe of monitoring bij actieve of doorgemaakte hepatitis B
infectie |
Bij langdurig gebruik > 1 maand ≥ 20 mg prednison:
| - |
profylaxe bij actieve of doorgemaakte hepatitis B infectie |
| - |
check of er een indicatie bestaat voor PJP-profylaxe (cotrimoxazol
1 dd 480 mg) |
Terug naar inhoudsopgave
Referenties
| 1. |
Zorginstituut Nederland. Farmacotherapeutisch
Kompas, 2025. |
| 2. |
Jang YH, Choi EY, Lee H, Woo J, Park S, Noh
Y, Jeon JY, Yoo EY, Shin JY, Lee YW. Long-Term Use of Oral Corticosteroids
and Safety Outcomes for Patiënts With Atopic Dermatitis. JAMA Netw
Open 2024 Jul 1;7(7):e2423563. |
| 3. |
Nederlandse Internisten Vereniging, Nederlandse
Vereniging voor Hepatologie en Nederlandse Vereniging voor Ziekenhuis
Apothekers. HBV richtsnoer 2024 (www.hbvrichtsnoer.nl). |
| 4. |
Pol S. Management of HBV in immunocompromised
patients. Liver Int 2013;33 Suppl 1:182-187. |
| 5. |
Droz N, Gilardin L, Cacoub P, Berenbaum F,
Wendling D, Godeau B, Piette AM, Dernis E, Ebbo M, Fautrel B, Le
Guenno G, Mekinian A, Bernard-Chabert B, Costedoat-Chalumeau N,
Descloux E, Michot JM, Radenne S, Rigolet A, Rivière S, Yvin JL,
Thibault V, Thabut D, Pol S, Guillevin L, Mouthon L, Terrier B.
Kinetic profiles and management of hepatitis B virus reactivation
in patients with immune-mediated inflammatory diseases. Arthritis
Care Res (Hoboken) 2013;65(9):1504-1514. |
| 6. |
Jick SS, Lieberman ES, Rahman MU, Choi HK.
Glucocorticoid use, other associated factors, and the risk of tuberculosis.
Arthritis Rheum 2006;55(1):19-26. |
| 7. |
FMS richtlijn Tuberculosescreening voorafgaand
aan immuunsuppressieve medicatie, 2019. |
| 8. |
Lubeek SFK, Stikkelbroeck MML, de Jong EMGJ,
Seyger MMB. Een leidraad voor het gebruik van systemische glucocorticoïden
binnen de dermatologie. Ned Tijdschr Dermatol Venereol 2016;26:83-87. |
Author(s):dr. Jan R. Mekkes. Dermatologist, Amsterdam UMC.