Post-herpetische neuralgie (neuralgia post herpes
zoster, Trigeminus neuralgie) is pijn of dysaesthesie, persisterend langer dan
3 maanden na een doorgemaakte
herpes zoster.
De kans op postherpetische neuralgie is groter bij ernstige herpes zoster met
veel pijn of prodromale pijn, en bij oudere leeftijd. Circa 5% van oudere patiënten
heeft na 1 jaar nog PHN. Zeer moeilijk te behandelen. Antivirale therapie (aciclovir,
valaciclovir), gegeven in een zo vroeg mogelijk stadium, zou de kans op postherpetische
neuralgie kunnen bekorten. Ook adequate pijnstilling (zonodig met opiaten) in
het acute stadium zou helpen. Corticosteroïden, vroeger aangeraden, zijn niet
effectief. Sommige patiënten reageren goed op anti-epileptica (Tegretol) of
tricyclische antidepressiva (amitriptyline). Andere opties zijn gabapentine
en andere middelen tegen neuropathische pijn. Zenuwblokkade d.m.v. anaesthetica
injecties rond de zenuw of het spinale ganglion (via anaesthesist) zijn soms
effectief. Lokale opties: koelen (coldpack), lidocaïne lokaal, capsaïcine crème.
R/ paracetamol/codeine tot 6 dd 500/20 mg, Tramal (tramadol) 2-4 dd 50-100
mg, MS-contin 2 dd 10-30 mg, Durogesic (fentanyl) pleisters.
R/ Tegretol
(carbamazepine) 200-400 mg per dag, geleidelijk verhogen tot de pijn is verdwenen
(meestal bij 3-4 dd 200 mg; bij een deel kan de onderhoudsdosering vervolgens
verder verlaagd worden. Bij ouderen en bij zeer gevoelige patiënten lager beginnen
(2 dd 100 mg).
R/ amitriptyline, tab à
10, 25, 50 of 75 mg, 25-75 mg per dag. Start met 1 dd 10 of 25 mg voor het slapen
gaan, geleidelijk verhogen in stapjes van 10-25 mg per 3-7 dagen totdat de werkzame
dosering van 25-75 mg per dag is bereikt. Het kan 2-4 weken duren voordat het
begint te werken. De dosis kan zo nodig worden verhoogd tot maximaal 125 mg
per dag (doseringen boven 75 mg verdelen over 2 giften). Bij ouderen (> 65
jr) wordt geadviseerd om laag te beginnen (10 mg) en langzaam op te hogen.
Als de pijn onder controle is, zoeken naar laagste onderhoudsdosis.
R/ nortriptyline, tab à 10, 25, of 50 mg. Start met 1 dd 10 of 25 mg ‘s ochtends,
geleidelijk verhogen in stapjes van 10-25 mg per 1-2 weken totdat de werkzame
dosering van 25-75 mg per dag is bereikt. Het kan 2-4 weken duren voordat het
begint te werken. De dosis kan zo nodig worden verhoogd tot maximaal 100 mg
per dag (doseringen boven 75 mg verdelen over 2 giften). Bij ouderen (> 65
jr) wordt geadviseerd om laag te beginnen (10 mg) en langzaam op te hogen.
Als de pijn onder controle is, zoeken naar laagste onderhoudsdosis.
R/
Neurontin (gabapentine) caps à 300 of 400 mg, 900-1200 mg per dag verdeeld
over 3 giften. Begin met 1 dd 300 of 400 mg, dag 2: 2 dd 300 of 400 mg, dag
3 en daarna 3 dd 300 of 400 mg. De dosering kan eventueel worden verhoogd
tot maximaal 3600 mg per dag verdeeld over 3 giften.
R/ diazepam 3 dd 2-5-10 mg.
R/ lidocaïne vaselinecrème 3% FNA, EMLA crème, xylocaine gel, lidocaïne 5% patches
(Lidoderm).
R/ capsaïcine crème 0.025-0.075% FNA (irriteert in het begin
de huid).
Tegenwoordig is het mogelijk om preventief te vaccineren
tegen herpes zoster. Personen boven de 50 jaar komen hiervoor in aanmerking.
De gezondheidsraad adviseert om dat te doen, op 60-jarige leeftijd, omdat
een gordelroos heftig kan verlopen en blijvende schade kan aanrichten in de
vorm van littekens en chronische pijn. Er is een vaccin beschikbaar in
Nederland (Shingrix), prijs circa 181 euro per injectie, wordt nog niet vergoed door de zorgverzekeraars.
Mogelijk wordt het vaccin binnenkort opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma,
maar daar moet dan door de overheid budget voor worden vrijgemaakt, en de
prijs van het vaccin zal moeten dalen. In de tussentijd zijn er al steeds
meer (vermogende) ouderen die het vaccin al genomen hebben en zelf betaald.
Sinds januari 2025 wordt Shingrix ook vergoed voor patiënten die een
immunosuppressieve biological of JAK-remmer gaan gebruiken. Wel moet de arts
een
artsenverklaring invullen.
R/ Shingrix (recombinant herpes zoster vaccin) 2 x 0.5 ml i.m. in de bovenarm
met een interval van 2 (eventueel 2-6) maanden.
Referenties
| 1. |
Johnson RW, Whitton TL. Management of herpes
zoster (shingles) and postherpetic neuralgia. Expert Opin Pharmacother
2004;5:551-559. |
Author(s):dr. Jan R. Mekkes. Dermatologist, Amsterdam UMC.