ANAMNESE BIJ RUBBER ALLERGIE home ICD10: n.v.t.

Er zijn drie types reactie op rubber:
huidirritatie
een type IV contactallergisch eczeem, verantwoordelijk voor 75% van de allergische reacties op rubber
een type I allergische reactie, veroorzaakt 25% van de allergische reacties op rubber.

Allergische reacties worden vooral gevonden op contact met producten die via dippen in latexsap zijn gemaakt, zoals handschoenen, condooms en ballonnen, en dan vooral contact met de slijmvliezen of een niet-intakte huid. Aerogeen contact kan plaatsvinden via poeder op het rubber product.

Klinische verschijnselen:
type IV-(T cel-gemedieerde) reactie (contactallergisch eczeem) gemiddeld 2 tot 3 dagen na het contact op de contactplaatsen erytheem, papels, squamae, soms vesikels de oorzaak ligt meestal in de aan het rubber toegevoegde stoffen als acceleratoren (mercaptobenzothazole (=MBT), thiuram, dithiocarbamaten en thioureum) en anti-oxidantia (PPDA-derivaten, vooral IPPD, bv in Vulkanox van Bayer, BHT en BHA).

type I- (IgE-gemedieerde) reactie meestal op latex-eiwitten, extreem zeldzaam (< 5%) op het maiszetmeelhandschoenenpoeder : binnen een tiental minuten tot enkele uren na direkt contact van de huid of slijmvliezen met latex kunnen diverse symptomen optreden, variërend van lokale tot (vooral op na aerogeen contact) algemene verschijnselen: huidklachten: een milde lokale urticariële huidreactie met jeuk, zwelling, erytheem gegeneraliseerde urticaria of angio-oedeem inhalatieklachten: rode, tranende, jeukende en opgezette ogen jeuk in de neus, een loopneus, verstopte neus en veel niezen benauwdheid, piepende ademhaling, hoesten, druk op de borst cardiovasculaire klachten: hypotensie, tachyfylaxie, duizeligheid, cardiovasculaire collaps oraal allergie syndroom: jeuk aan lippen, mond- en keelholte, soms gepaard gaande met zwelling, opgezette keel, gevoel van benauwdheid en soms jeuk in de oren. Soms ook buikpijn, overgeven, diarrhee, urticaria over het gehele lichaam. darmklachten: contact van latex met het slijmvlies van de darmen leidt doorgaans tot buikkrampen, misselijkheid, braken, oedeem van de darmen angst anafylactische shock (gedefinieerd als tenminste 2 van de volgende symptomen: flushing, angio-oedeem, bronchospasme, cardiovasculaire collaps): graad I: huidklachten graad II: graad I + gegeneraliseerd oedeem, misselijkheid, braken, licht in het hoofd, niet-uitstralend drukkend gevoel op de borst, buikpijn, diarree. graad III: graad I of II + stridor, dysfagie, heesheid, onduidelijk spraak, dyspnoe graad IV: cyanose, hypotensie, collaps, incontinentie, bewusteloosheid, ernstige hartritmestoornissen, al dan niet met graad I, II of III.

Vraag bij verdenking op rubberallergie naar bijvoorbeeld het opblazen van ballonnen, het gebruik van elastiekjes, fopspenen, vlakgom, rubberen warmwaterkruiken, matras, luchtbed, elastiek in kleding, rubber handschoenen, laarzen en regenjassen, schoenen (crepe rubber, bijvoorbeeld van schoenzolen, geeft meestal geen problemen), sportartikelen (bal, atletiekmat, surfpak, duikkleding, handvat tennisracket), condooms en latex lingerie of het contact met vele rubberen medische en diergeneeskundige voorwerpen (elastische kousen, pleisters e.v.a.). De meeste latex verven bevatten geen natuurlijk latex maar acrylaten; speciale waterdicht makende verven echter vaak wel. Allergische reacties op producten van compact latex (matrassen, katheters e.d.) zijn zeldzaam wat samenhangt met de intensievere was- en zuurbehandeling bij de fabricage van dit soort rubber. Belangrijk is de wijze van contact met latex (direkt contact met de huid of slijmvliezen of een aërogeen contact door inhalatie van latexbevattende partikels waarbij handschoenpoeder kan fungeren als drager van het latex-allergeen) en de biologisch beschikbare hoeveelheid latexallergeen.

Geef om onderscheid te kunnen maken tussen een type I of IV-reactie een precieze omschrijving van het tijdsverloop tussen expositie aan het rubber en het optreden van de klacht.

Behoort patiënt tot een risicogroep?
- herhaalde chirurgische interventies, met name bij kinderen (vooral voor een spina bifida (incidentie latexallergie bij spina bifida patiënten 18-40%, lager als bij de frekwente manuele faecesverwijderingen geen latex-handschoenen worden gebruikt), urogenitale anomalieën en/of dwarslesies)
- herhaalde catheterisaties
- herhaalde manuele faecesverwijderingen
- beroepsmatige expositie: ziekenhuispersoneel en tandheelkundig personeel (incidentie van latexallergie bij medisch personeel ligt tussen 5.6 en 13.7%)
- voedingsindustrie en horeca
- schoonmaakpersoneel
- personen werkzaam in de rubberindustrie
- patiënt met handeczeem: mensen met eczeem ter plaatse van het contact met latex hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van een type I allergie voor latex-eiwitten omdat ter plaatse van het eczeem de barriërefunktie van de huid slechter is patiënt met een atopische constitutie

Kruisovergevoeligheid kan optreden tussen latex-eiwitten en tropisch fruit als banaan, avocado, kiwi (kiwi kruisreageert ook met boompollen), maar ook papaya, mango, meloen, ananans, perzik, passievrucht, vijg, tamme kastanje, walnoot, zoete aardappel of op de ficus benjamini. Ook met boekweit zijn kruisreacties gemeld met latex. Let ook op verborgen bronnen: gebak, ijs, schoonheidsmaskers, shampoos. Bij het eten van deze produkten ontstaat het oraal allergie syndroom.


Author(s):
dr. M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits kliniek, Den Haag.

31-12-2012 (MMM) - www.skin-diseases.eu Terug naar homepagina