Latex allergieMensen die veelvuldig in aanraking komen
met latex producten zoals latex handschoenen, lopen het risico een allergie
voor latex te ontwikkelen.
Frequentie van voorkomen:
De eerste beschrijving van een latex-allergie dateert van 1979 (Nutter 1979).
In de algemene bevolking ligt het percentage mensen wat allergisch is voor rubber
laag, kleiner dan 1%. Sommige groepen vertonen echter, door een regelmatige
expositie aan rubber, een hogere frekwentie: 5 tot 14% van de medewerkers in
de gezondheidszorg (vooral OK- en IC-personeel) en 1:800 patiënten hebben een
latex-eiwitallergie. Een andere bron vermeld een incidentie van 4.7->12%,
waarbij >50% door het beroep (Brandao 1990). Irritatie komt overigens veel
vaker voor dan een contactallergie (Stingeni 1996). Van de antidegradatieproducten
veroorzaken vooral de diaminederivaten en acceleratoren
contactallergische reacties.
Hoewel IPPD een sterk allergeen is kunnen werknemers in de rubberindustrie er
jarenlang mee in aanraking komen zonder problemen. Bij werkers in de rubberindustrie
worden zelden allergische problemen gevonden op kobalt, fenol formaldehydehars,
verontreinigingen (veroorzaakten een golf van allergische eczeemreacties op
dinitrochlorobenzene als verontreiniger van een accelerator in Italië) en onstabiele
componenten. Bij industriewerkers blijkt 60-70% weleens last te hebben van een
irritatiedermatitis met fissuren aan de vingertoppen; deze leidt bij doorgaande
expositie tot tolerantie. De tolerantie verdwijnt echter tijdens vakantie. Red
hand syndrome: rode tot oranje verkleurde huid bij sommige rubberwerkers, seizoensvariatie
en wisselende expressie (soms wel, soms niet). De oorzaak is onbekend, een combinatie
van resorcinol en MBT of formaldehyde is genoemd.
Rol van het
poeder:Latex eiwitten binden zich via een ionische binding aan
maismeelpoeder, een carbohydraat met een deeltjesgrootte van 1-3 micron, waardoor
de latex-eiwitten, vooral tijdens aan- en uittrekken van de handschoenen, airborne
kunnen worden. Vervolgens kunnen ze door inademing leiden tot sensibilisatie
(Tomazic 1994). Metingen lieten zien dat airborne concentraties latex-allergeen
bij werken met ongepoederde handschoenen van 0.3-1.8 ng/m3 steeg tot 39-311
ng/m3 door werken met gepoederde handschoenen (Tarlo 1994 en Swanson 1994)
Gevolgen
van een latex-allergieDe ernst van de gevolgen van een latex-allergie is afhankelijk
van het type allergie. Wanneer een type IV-allergie ontstaat, zullen de gevolgen
relatief mild zijn. Op de contactplaatsen van het latex met de huid verschijnt
in 1-2 dagen een contactallergisch eczeem. Ernstiger zijn de gevolgen wanneer
zich een type I-allergie ontwikkeld. Deze IgE-gemedieerde vorm van allergie
geeft, soms al binnen enkele minuten, gezondheidsklachten variërend van eczeem
tot anafylactische shock. Een latex-allergie van een medewerker kan ook belangrijke
bedrijfseconomische, organisatorische en juridische aspecten hebben. Tot de
bedrijfseconomische aspecten behoren de directe en indirecte kosten van ziekteverzuim,
vervanging, kwaliteitsverlies als een ervaren arbeidskracht uitvalt, productieverlies,
kosten van overleguren, arbeidsongeschiktheid, omscholing en schadeclaims. In
het organisatorische vlak ontstaan roosterproblemen door uitval van medewerkers,
een toename van de werkdruk voor collega's en problemen bij de OK-planning.
Juridisch is de werkgever verantwoordelijk voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.
Als een medewerker gezondheidsschade oploopt door het werk, kan de werkgever
aansprakelijk worden gesteld. De werkgever is verplicht alles wat redelijkerwijs
mogelijk is te doen om de blootstelling aan het allergeen te voorkomen of tot
een minimum te beperken. De bedrijfsarts van de ARBO-dienst speelt een belangrijke
rol bij het treffen van maatregelen op de werkplek van de werknemer. Individuele
maatregelen kunnen bestaan uit het werken met non-latex handschoenen, een medisch
paspoort of "Medic Alert"-plaatje en een functie-aanpassing of zelfs een verandering
van functie. Met name bij een type I-latex-allergie dienen de individuele maatregelen
uitgebreid te worden met een afdelingsgerichte aanpak. Het kan bijvoorbeeld nodig
zijn om tot een volledig
latex-vrije omgeving over te gaan. Preventieve maatregelen
kunnen bestaan uit het gebruik van niet-steriele non-latex en steriele (indien
non-latex problemen geeft) low-latex (<50 microgram/ml) handschoenen. Voorkom
allergische reakties op latex en (verdere) sensibilisatie bij personen die nog
niet reageren op latex maar wel tot de risicogroep behoren.
Latex
in de OK:Voor elke operatieve ingreep dient gericht gevraagd te
worden naar overgevoeligheid voor rubber, zowel bij huishoudelijk als beroepsmatig
gebruik. Vraag ook naar reacties op voeding in verband met de kruisovergevoeligheid
tussen latex-eiwitten en banaan, avocado, kiwi. Behoort patiënt tot een risicogroep?
Patiënten met een latexallergie kunnen kruisreageren met een groot aantal voedingsmiddelen
(abrikoos, amandel, appel, avocado, banaan, boekweit, kastanje, kers, kiwi,
mosterdzaad, meloen, nectarine, papaya, passievrucht, perzik, pinda, tomaat,
vijg) en soms ook op de plant Ficus. Indien er een verdenking is op een rubberallergie
dient zo mogelijk vóór de operatieve ingreep een allergologisch onderzoek te
worden verricht: vanzelfsprekend dient bij verdenking op een rubber-allergie
zo mogelijk de operatie uitgesteld te worden tot na het allergologisch onderzoek.
Indien een latex-eiwitallergie is bewezen of in het geval van een spoedeisende
operatie, dan dienen de volgende maatregelen te worden genomen: Plan de patiënt
als eerste op het operatieprogramma. Elimineer volledig alle latex-bronnen (zie:
protocol latex-allergie afdeling anaesthesiologie) denk daarbij aan handschoenen
en handschoenendrains (alternatief: latexvrije handschoenen, bv elastyren, polytheen,
PVC), anaesthesiemateriaal (masker, slangen en machine, plakprobe en knijper
van de saturatiemeter, infuussysteem), bloedleegte-bandage, opzetstukken van
laparo- en bronchoscopen, afsluitdopjes van infuusflessen en medicijnen, spuiten,
catheter, sonde, drains, matjes, chirurgische implantaten, klysma's, uritips
en componenten van de haemodialysemachine, Leukoplast, Leukopor (alternatieven:
Vecafix, Tegaderm, of papieren pleister). Bij de inleiding kan een antihistaminicum
(clemastine) en een H2-receptorblokker (ranitidine) en een corticosteroïd (dexamethason)
gegeven worden; uit literatuuronderzoek lijkt het nut van een dergelijke voorbehandeling
niet duidelijk. Controleer of patiënt een Medicalert plaatje heeft.
Losse gegevens:3-10% van de verpleegkundigen op OK-afdeling
blijkt een positieve priktest met latex-allergeen te hebben terwijl hiervan
slechts 41% inderdaad huidafwijkingen kreeg op het dragen van een latex handschoen.
Een type IV-allergie op rubbertoevoegingen treedt even vaak bij synthetisch
als bij natuurrubber op. Systemische urticaria kan ontstaan door rubber in tandprothese.
Gevulcaniseerd rubber geeft in verhouding tot plastic vaak een allergische reactie.
Ongevulcaniseerd wordt butylrubber gebruikt voor kauwgom. MBT uit mercaptomix
kan fout negatief zijn.
Trends: thiuram frequent, carbamaten lopen mee met
thiuram, afname thiazolen, toename thiourea.
Rubber handschoenen zijn de belangrijkste
oorzaak voor beroeps-rubberallergie (zie Estlander 1990), aan de andere kant
zijn er geen rapporten over het ontstaan van een rubberantioxidantallergie veroorzaakt
door zuiver en alleen het dragen van handschoenen. Producten van massief latex
(autobanden, schokdempers) veroorzaken geen latex-allergie.
Non-rubber-beroepsallergieën:
cement, adhesive, fungicides, germicides, verven, diergeneeskundige zepen, shampoo,
vet, olieën, gasoline-inhibitors.
Uit een onderzoek bleek dat bij 75% van
de mensen met een latex-allergie een atopische constitutie bestaat.
Latex-deeltjes
in penicilline-testvloeistof kunnen fout-positieve reacties geven (Terrados
S, et al. Allergy 1997;52:200-4) Latex allergie en diabetespatiënten en latex
bevattende insulinespuiten (MacCracken J, et al. Diabetes Care 1996;19:184)
Referenties
| 1. |
Nutter AF. Contact urticaria to rubber. Br
J Dermatol 1979;101:597-598. |
| 2. |
Stingeni L et al. Undesirable effects from
latex gloves in hospital health-care personnel. J Eur Acad Dermatol
Venereol 1996;7:44-48. |
| 3. |
Tomazic VJ et al. Cornstarch powder on latex
products is an allergen carrier. J Allergy Clin Immunol 1994;93:751-758. |
| 4. |
Tarlo SM et al. Control of airborne latex
by use of powder-free latex gloves. J Allergy Clin Immunol 1994;93:985-989. |
| 5. |
Swanson MC et al. Quantification of occupational
latex aeroallergens in a medical center. J Allergy Clin Immunol
1994;94:445-451. |
| 6. |
Noordermeer, J. Rubber. Natuur en Techniek
1997;6:30-40 CD 1987;17:270-275. |
| 7. |
Tjook SB, Ooei HB, Gerth van Wijk R. Allergie
voor latex: een miskend probleem. Ned Tijdschr Geneesk 1993;137:1930-1933. |
| 8. |
de Jong DPVM, Boemers TM, Schouten A et al.
Peroperatieve reacties op basis van latexallergie. Ned Tijdschr
Geneesk 1993;137:1934-1936. |
| 9. |
Lagier F, et al. Prevalence of latex allergy
in operating room nurses. J Allergy CLin Immunol 1992;90:319-322. |
| 10. |
Arellano R et al. Prevalence of latex sensitization
among hospital physicians occupationally exposed to latex gloves.
Anesthesiology 1992;77:905-908. |
| 11. |
Kelly KJ, et al. Stop the sensitization.
J Allergy Clin Immunol 1996;98:857-858. |
| 12. |
Heijden J van der, et al. Rubber en allergie.
Ned Tijdschr Dermatol Venereol 1997;7:360-365. |
| 13. |
Warshaw EM. Latex allergy. J Am Acad Dermatol
1998;39:1-24. |
| 14. |
Cohen DE, et al. American Academy of Dermatology's
position paper on latex allergy. J Am Acad Dermatol 1998;39:98-106. |
Author(s):dr. M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits
kliniek, Den Haag.