Pentamidine (pentacarinat, gelyofiliseerd) poeder
voor injectievloeistof (Sanofi Aventis), flacon à 300 mg
Pentam
injectiepoeder/inhalatiepoeder, ampul 300 mg.
Dosering
4 giften van 4 mg/kg pentacarinat verdeeld over 1 week volgens het schema ma
- wo - vr - ma.
Wijze van toedieningLos de op lichaamsgewicht
berekende dagdosis (4 mg/kg) op in 3 ml water voor injecties.
Verdeel dit
over 2 injectiespuiten in doses van 1.5 ml en injecteer dit diep i.m. (groene
naald) met een interval van 30 minuten.
Bijwerkingen
Treden op bij ongeveer 50% van de patiënten. De ernstigste zijn: acute nierfunctiestoornissen,
aritmieën, leukopenie, trombocytopenie, hypoglykemie, diabetisch coma, ernstige
hypotensie en zelden Stevens-Johnson-syndroom, hypocalciëmie, acute pancreatitis
en ventriculaire tachycardie. Minder ernstig maar meestal frequenter optredend:
verhoging kreatinine en leverfunctiewaarden, misselijkheid, anorexie, braken,
koorts, rash, veranderde smaak, anemie, hyperkaliëmie, duizeligheid, verwarring.
Na i.m. toediening kan lichte pijn, induratie, abcesvorming en spiernecrose
optreden en na i.v. toediening phlebitis. Bij i.m. of i.v. toediening zijn als
gevolg van ernstige hypotensie, hypoglykemie, acute pancreatitis en cardiale
aritmieën, gevallen met fatale afloop gemeld.
Controles
ECG: voor aanvang van de behandeling moet een uitgangs ECG worden gemaakt.
Dit wordt vervolgens op elke volgende behandel dag (wo - vr - ma) herhaald,
voorafgaand aan de injectie. Bij een afwijkend ECG overleg met cardioloog over
het wel of niet doorgaan met de behandeling.
Pols en bloeddruk: Voor,
tijdens (20 min na eerste injectie) en na (na 30 en 60 en 120 minuten) de injectie
worden bloeddruk en pols gecontroleerd. Bij afwijkingen wordt de behandeling
onderbroken en wordt een ECG gemaakt.
Bloedonderzoek:
Voor aanvang
van de behandeling en op elke volgende behandeldag (wo - vr - ma):
- Hematologie
(Hb, leuko's, leukodiff, ery's, trombo's),
- Chemie (natrium, kalium, kreatinine,
ureum, glucose, ALAT, ASAT, AF, γ-GT, bilirubine, amylase en lipase
- Urine
(sediment, albumine)
Indien de leverenzymen 5x de bovengrens van normaal
bereiken, wordt de behandeling onderbroken. Na verbetering kan opnieuw met de
behandeling gestart worden.
Checklist verpleegkundige:
Controleer dat benodigdheden voor infuus en shockbox onder handbereik zijn
en compleet.
Installeer de patiënt op een bed en controleer pols en bloeddruk.
Los de op lichaamsgewicht berekende dagdosis (4 mg/kg) op in 3 ml water voor
injecties.
Verdeel dit over 2 injectiespuiten in doses van 1.5 ml en injecteer
dit diep i.m. (groene naald) met een interval van 30 minuten.
De patiënt
moet op bed liggen en ook blijven liggen tot 2 uur na de laatste injectie.
Controleer pols en bloeddruk 20 minuten na de eerste injectie (voor de tweede
injectie).
Controleer pols en bloeddruk een half uur, 1 uur en 2 uur na de
tweede injectie.
Indien de controles goed zijn 2 uur na de laatste injectie
mag de patiënt naar huis.
Geef een telefoonnummer mee waarop de patiënt in
noodgevallen een arts kan bereiken.
|
Datum: |
. . . . . . . . . . |
|
|
ECG verricht en beoordeeld |
| |
|
|
|
Bloedonderzoek verricht en beoordeeld |
|
Gewicht pat: |
. . . . . . . kg |
|
|
Infuus benodigdheden en shockbox onder handbereik |
|
Dosering |
. . . . . . . mg |
|
|
(4 mg/kg/dag; 1 ampul = 300 mg) |
| |
|
|
|
|
| |
tijd: |
bloeddruk: |
pols: |
|
|
voor aanvang |
 |
 |
 |
Noteer controles |
|
1e injectie: |
|
|
|
Noteer tijd 1e injectie (1.5 ml i.m.) |
|
20 min later |
|
|
|
Noteer controles 20 minuten na eerste injectie |
|
2e injectie |
|
|
|
Noteer tijd 2e injectie (1.5 ml i.m.) |
|
½ uur later |
|
|
|
Noteer controles 30 minuten na tweede injectie |
|
1 uur later |
|
|
|
Noteer controles 1 uur na tweede injectie |
|
2 uur later |
|
|
|
Noteer controles 2 uur na tweede injectie |
|
Paraaf verpleegkundige: |
|
Indien
(2 uur na de laatste injectie) de controles goed zijn kan de patiënt
naar huis. |
Author(s):dr. Jan R. Mekkes. Dermatologist, Amsterdam UMC.