CRYOPYRIN-ASSOCIATED PERIODIC SYNDROMES (CAPS) home ICD10: M04.2

Cryopyrin associated periodic syndromes (CAPS), ook wel NLRP3-associated autoinflammatory disease (NLRP3-AID) is een verzamelnaam voor auto-inflammatoire aandoeningen die worden veroorzaakt door een mutatie in het NLRP3 gen, dat codeert voor cryopyrine. Tot deze cryopyrinopathieën behoren de volgende 3 syndromen:

- Muckle-Wells syndroom (MWS)
- familial cold autoinflammatory syndrome (FCAS)
- chronic infantile neurologic cutaneous articular syndrome (CINCA),
  synoniem: neonatal onset multisystem inflammatory disease (NOMID)


NLRP3 (NOD-, LRR- and pyrin domain-containing protein 3) is een intracellulair eiwit, onderdeel van het innate immune system, dat in staat is om signalen (moleculaire patronen) te herkennen die ontstaan bij infectie, celschade, of irriterende chemicaliën. Bij activatie ontstaat het NLRP3 inflammasoom, en daardoor, via een mechanisme waar caspase-1 bij betrokken is, komen de pro-inflammatoire cytokines IL-1β en IL-18 vrij. En gaan cellen in apoptose (celdood, gasdermin D-mediated pyroptotic cell death).

CAPS wordt beschouwd als een monogenetische aandoening, met drie verschillende fenotypische varianten (MWS, FCAS en CINCA). Een soort spectrumziekte, maar met als gemeenschappelijk symptomen de periodieke koorts en de combinatie van een urticariële uitslag, spier- en gewrichtsklachten, oogafwijkingen en afwijkingen aan het centraal zenuwstelsel (zie tabel). CAPS is zeldzaam (prevalentie 1-3 per miljoen inwoners). Binnen CAPS komt in de VS vooral FCAS het meest voor, en in Europa MWS. CINCA/NOMID is zeldzamer en ontstaat vaak door de novo mutaties.

Klinisch beeld:
CAPS wordt meestal al op hele jonge leeftijd manifest. De urticariële uitslag is meestal het eerste symptoom. Koorts of verhoging ook, maar wordt niet altijd opgemerkt. De meeste patiënten hebben ook episodisch spierpijn, gewrichtspijn, hoofdpijn, en vermoeidheid. Bij alle drie de vormen kan conjunctivitis en keratitis voorkomen. De ernst van de klachten is wisselend, bij CINCA het ergst en bij FCAS mild. De klachten nemen toe in de middag en avond. FCAS wordt uitgelokt door koude, en deze patiënten hebben vaak ook koude rillingen tijdens een aanval. Verblijf in een ruimte met airco kan al genoeg zijn om het uit te lokken. MWS wordt soms ook door kou uitgelokt maar veel minder vaak. De aanvallen duren kort bij FCAS (1 dag), en 1-3 dagen bij MWS. Bij CINCA zijn er chronische klachten, met opvlammingen. Tot 30% van de MWS patiënten heeft amyloïdosis, bij FCAS komt het zelden voor. Gehoorverlies komt vooral voor bij MWS en CINCA; oogklachten, CZS-afwijkingen en botafwijkingen vooral bij CINCA.

Klinische kenmerken CAPS (cryopyrin associated periodic syndromes):
  FCAS MWS CINCA/NOMID
Huidafwijkingen: urticaria-achtige uitslag urticaria-achtige uitslag urticaria-achtige uitslag
Systemische klachten: koorts, vermoeidheid
koude rillingen
koorts, vermoeidheid koorts, vermoeidheid
Spieren en gewrichten: artralgie, myalgie artralgie, myalgie
artritis
artralgie, myalgie
overgroei distale femur
Oogafwijkingen: conjunctivitis, keratitis conjunctivitis, keratitis
uveïtis
conjunctivitis, keratitis
uveïtis, papillitis
Gehoor:   sensorineurale doofheid sensorineurale doofheid
CZS: hoofdpijn hoofdpijn steriele meningitis
verhoogde intracraniële druk
Andere ziekten: amyloidosis (zelden) amyloidosis amyloidosis
ontwikkelingsstoornis
Aanval patroon: 12-24 uur 1-3 dagen chronisch met opvlammingen
gedurende 1-3 dagen
Uitlokkende factoren: koude
pneumovax
stress, inspanning
infectie
pneumovax
stress, inspanning
infectie
pneumovax
Bron: Booshehri LM, Hoffman HM. CAPS and NLRP3. J Clin Immunol 2019 Apr;39(3):277-286.


Diagnostiek:
Lab: bloedbeeld, CRP, SAA, liefst tijdens een aanval. Tijdens een aanval is er vaak leukocytose (en verhoogd IL-6). CRP en BSE meestal licht verhoogd zonder relatie met aanvallen. Soms anemie of trombocytose. Serum amyloid A (SAA) kan verhoogd zijn. Biopt: in de dermis oedeem en een neutrofiel infiltraat perivasculair en rond zweetklieren. Bij verdenking op CINCA lumbaalpunctie en botfoto’s. De diagnose is niet te stellen op routine lab en PA (geen specifieke afwijkingen), maar wel op de anamnese, de combinatie van periodieke aanvallen met koorts en een huiduitslag en de bovengenoemde klachten, plus de familie-anamnese. De diagnose kan worden bevestigd met DNA diagnostiek, dit kan o.a. in Utrecht (zie aanvraagformulier).

Diagnostische criteria:
Terugkerende episoden van klachten ≥ 6 maanden, verhoogd CRP of SAA tijdens minstens 1 episode.

Indien gendiagnostiek is gedaan:
Bewijzende karakteristieke mutatie in NLRPR3 plus 1 van onderstaande symptomen:
Overige mutaties in in NLRPR3 plus 2 van onderstaande symptomen:
- urticariële uitslag
- rode ogen (conjunctivitis, episcleritis, uveïtis)
- sensorineuraal gehoorverlies

Indien geen genetisch onderzoek gedaan:
Minimaal 2 van onderstaande symptomen:
- urticariële uitslag
- getriggerd door koude of stress
- sensorineuraal gehoorverlies
- chronische aseptische meningitis
- skeletafwijkingen (epiphysial overgrowth / frontal bossing)


Therapie:
NSAID en prednison kunnen enige verbetering geven maar het effect valt tegen. Omdat de klachten vooral ontstaan door het vrijkomen van interleukine 1 (IL-1) kan het worden behandeld met interleukine-1 receptor antagonisten zoals anakinra, canakinumab, en rilonacept. Rilonacept is echter niet meer beschikbaar (niet meer geregistreerd in Europa). Er is een case-report over effectiviteit van tocilizumab.

R/ NSAID.
R/ prednisolon 1 dd 0.5-1 mg/kg kortdurend tijdens aanvallen.
R/ Kineret (anakinra). Volwassenen en kinderen ≥ 8 maanden en ≥ 10 kg lichaamsgewicht: begindosis 1-2 mg/kg/dag s.c. Bij lichte vorm van CAPS (FCAS, licht MWS) kan de begindosering vaak als onderhoud worden gehandhaafd. Bij ernstige CAPS (MWS en NOMID/CINCA) kunnen binnen 1-2 maanden hogere doses nodig zijn; de gebruikelijke onderhoudsdosering is 3-4 mg/kg/dag, tot maximaal 8 mg/kg/dag.
R/ Ilaris (canakinumab) injectievloeistof voor subcutane injectie150 mg/ml (flacon à 1 ml).
Volwassenen, jongeren en kinderen ≥ 4 jaar met lichaamsgewicht > 40 kg: 150 mg subcutaan iedere 8 weken.
Volwassenen, jongeren en kinderen ≥ 4 jaar met lichaamsgewicht ≥ 15 kg en ≤ 40 kg: 2 mg/kg 1x per acht weken.
Kinderen ≥ 4 jaar met lichaamsgewicht ≥ 7,5 kg en < 15 kg: 4 mg/kg 1x per acht weken.
Kinderen 2-4 jaar met lichaamsgewicht ≥ 7,5 kg: 4 mg/kg 1x per acht weken.
Bij onvoldoende effect na 7 dagen kan een tweede injectie worden gegeven. Soms is 300 mg c.q. 4 mg/kg nodig elke 8 weken.
R/ tocilizumab 8 mg/kg i.v. elke 4 weken.


Referenties
1. Muckle TJ, Wells M. Urticaria, deafness, and amyloidosis: a new heredo-familial syndrome. Q J Med 1962;4;31:235-248.
2. Kile RM, Rusk HA. A case of cold urticaria with an unusual family history. JAMA 1940;114:1067-1068.
3. Hassink SG, Goldsmith DP. Neonatal onset multisystem inflammatory disease. Arthritis Rheum 1983 5;26(5):668-673.
4. Hoffman HM, Wanderer AA, Broide DH. Familial cold autoinflammatory syndrome: phenotype and genotype of an autosomal dominant periodic fever. J Allergy Clin Immunol 2001;108(4):615-620.
5. Hoffman HM, Mueller JL, Broide DH, Wanderer AA, Kolodner RD. Mutation of a new gene encoding a putative pyrin-like protein causes familial cold autoinflammatory syndrome and Muckle-Wells syndrome. Nat Genet 2001;29(3):301-330.
6. Hoffman HM, Rosengren S, Boyle DL, Cho JY, Nayar J, Mueller JL, Anderson JP, Wanderer AA, Firestein GS. Prevention of cold-associated acute inflammation in familial cold autoinflammatory syndrome by interleukin-1 receptor antagonist. Lancet 2004;364(9447):1779-1785.
7. Goldbach-Mansky R, Dailey NJ, Canna SW, Gelabert A, Jones J, Rubin BI, Kim HJ, Brewer C, Zalewski C, Wiggs E, Hill S, Turner ML, Karp BI, Aksentijevich I, Pucino F, Penzak SR, Haverkamp MH, Stein L, Adams BS, Moore TL, Fuhlbrigge RC, Shaham B, Jarvis JN, O'Neil K, Vehe RK, Beitz LO, Gardner G, Hannan WP, Warren RW, Horn W, Cole JL, Paul SM, Hawkins PN, Pham TH, Snyder C, Wesley RA, Hoffmann SC, Holland SM, Butman JA, Kastner DL. Neonatal-onset multisystem inflammatory disease responsive to interleukin-1beta inhibition. N Engl J Med 2006;355(6):581-592.
8. Hoffman HM, Throne ML, Amar NJ, Sebai M, Kivitz AJ, Kavanaugh A, Weinstein SP, Belomestnov P, Yancopoulos GD, Stahl N, Mellis SJ. Efficacy and safety of rilonacept (interleukin-1 Trap) in patients with cryopyrin-associated periodic syndromes: results from two sequential placebo-controlled studies. Arthritis Rheum 2008;58(8):2443-2452
9. Lachmann HJ, Kone-Paut I, Kuemmerle-Deschner JB, Leslie KS, Hachulla E, Quartier P, Gitton X, Widmer A, Patel N, Hawkins PN; Canakinumab in CAPS Study Group. Use of canakinumab in the cryopyrin-associated periodic syndrome. N Engl J Med 2009;360(23):2416-2425.
10. Booshehri LM, Hoffman HM. CAPS and NLRP3. J Clin Immunol 2019 Apr;39(3):277-286.
11. Ben-Chetrit E, Gattorno M, Gul A, Kastner DL, Lachmann HJ, Touitou I, Ruperto N; Paediatric Rheumatology International Trials Organisation (PRINTO) and the AIDs Delphi study participants. Consensus proposal for taxonomy and definition of the autoinflammatory diseases (AIDs): a Delphi study. Ann Rheum Dis 2018;77(11):1558-1565.
12. Han JH, Je YJ, Yoon HJ, Ahn JG, Lee JS, Park JW, Park HJ. The First Case Series of Cryopyrin-Associated Periodic Syndrome in Korea. Allergy Asthma Immunol Res 2019;11(4):583-588.


Author(s):
dr. Jan R. Mekkes. Dermatologist, Amsterdam UMC.

06-01-2026 (JRM) - www.skin-diseases.eu Terug naar homepagina



Diagnosis codes:
ICD10 M04.2 Cryopyrine-geassocieerde periodieke koorts syndromen
ICD10 M04.2 Cryopyrin-associated periodic fever syndromes
ICD11 4A60.1 Cryopyrin-associated periodic syndromes
SNOMED 430079001 Cryopyrin associated periodic syndrome
DBC 13 Inflammatoire dermatosen