Het doel van fototesten is het vaststellen van de (mate van) gevoeligheid voor
zichtbaar licht of ultraviolette straling in het UVA en UVB-gebied of infrarode
straling. De gevoeligheid van de huid wordt vastgesteld aan de hand van het
volgende stappenplan:
1. bepaling van de MED (minimale erytheem dosis,
de dosis die nodig is om een juist waarneembaar erytheem (score ±) te induceren)
van achtereenvolgens UVB, UVA, solarium (UVA en UVB), zichtbaar licht op de
buigzijde van de onderarm (of eventueel op de billen of de rug). 2. 1,5 x
MED van elke afzonderlijke stralingssoort wordt drie keer op een stukje huid
van 3x3 cm gegeven. Tussen de drie exposities dient 24 uur te zitten. 3.
24 uur na de derde expositie wordt de reactie op het desbetreffende stukje huid
afgelezen. Als er geen reactie is opgetreden kan de test herhaald worden
met bijvoorbeeld grotere bestraalde gebieden of met infrarood.
Voor de
beoordeling van erytheem bij fototesten wordt de volgende score gebruikt:
- Score 0: geen of minimaal waarneembaar erytheem. - Score ±: net waarneembaar
erytheem, zonder scherpe begrenzing. - Score 1+: minimaal erytheem met scherpe
begrenzing. - Score 2+: duidelijk uitgesproken erytheem, geen oedeem.
- Score 3+: erytheem met oedeem, pijnlijk. - Score 4+: erytheem met oedeem
en vesikels/bullae.
De Sun Protection Factor en de MED De SPF is gedefinieerd als de hoeveelheid UV-energie die een Minimale Erytheem
Dosis (MED) geeft op de met het UV-remmende middel behandelde huid gedeeld door
de hoeveelheid UV-energie die een MED geeft op de onbehandelde huid. De SPF
van een produkt is het rekenkundig gemiddelde van de gemeten SPF's bij een groep
testpersonen, met 1 decimaal nauwkeurigheid. Een MED is die hoeveelheid
straling die nodig is om een minimaal zichtbaar erytheem op te wekken met duidelijk
zichtbare grenzen afgelezen 16-24 uur na bestraling.
Meetmethoden
SPF Huidtesten op mensen zijn tot op vandaag de enige geaccepteerde
methoden om de SPF te bepalen. Er zijn drie meetmethoden om de SPF op menselijke
huid te bepalen:
- FDA (FDA 38259) - Colipa - Australische standaard
(SAA) (AS 2604-1986) - Duitse methode (DIN 67501)
De methodes maken
gebruik van standaard sunscreens als referentiewaarde. De FDA en de SAA maken
gebruik van één referentiesunscreen met een SPF van 4, de Colipa methode maakt
gebruik van 2 referentiesunscreens met een SPF van 4 en 15. In plaats van de
SPF 15 wordt ook wel de CTFA-referentie met een SPF van 12 gebruikt.
Aanvullend onderzoek naar de waterresistentie wordt gedocumenteerd in de
SAA en de FDA protocollen. De FDA maakt onderscheid tussen "water resistant"
en "waterproof", de SAA gaat uit van de door het produkt geclaimde waterresistentie
waarna de SPF gemeten wordt. Beide methoden gaan uit van zwemmen in water van
21-32 °C, 2x 20 minuten zwemmen met ertussen 20 minuten rust bij de FDA en 5
minuten rust bij de Colipa methode.
De FDA en de Duitse methode gaan
uit van tenminste 20 vrijwilligers, de Colipa en de SAA van minimaal 10. De
vrijwilligers dienen een huidtype I tot III te hebben.
De proefpersonen
mogen geen huidafwijkingen in het testgebied hebben, geen abnormale (verhoogde
of verlaagde) respons op UV-expositie en geen bekende contactallergieën hebben
of geneesmiddelen gebruiken die fototoxiciteit of een fotoallergie kunnen geven.
De vrijwilligers mogen niet recent blootgesteld zijn aan zonlicht. Bij de Colipa
methode mogen de proefpersonen bovendien geen UVA zonnebankgebruikers zijn.
De testpsersonen mogen hun rug tevoren niet ingevet hebben.
De eerste
drie methoden maken gebruik van een Xenon booglamp solar simulator als UV-bron
met een spectrum van 290-400 nm. met filters van 320 nm en 305 nm en infrarood.
De FDA staat als alternatieve UV-bron ook natuurlijk zonlicht toe. De Duitse
methode maakt gebruik van de inmiddels niet meer leverbare Osram Vitalux hoge
druk kwiklamp.
De MED van de onbeschermde huid van de proefpersonen
wordt ofwel één dag voorafgaand aan de test bepaald (FDA) ofwel tegelijkertijd
met de test (Colipa) ofwel één van beide (SAA).
Het testoppervlak op
de rug is minimaal 50 cm2
bij de FDA, minimaal 30 cm2
onderverdeeld in tenminste 5 testvelden bij de SAA en minimaal 35 cm2
bij de Colipa methode. De Duitse methode neemt minimaal 10 cm2 per te testen
produkt.
De testplaatsen zijn minimaal 1 cm2
groot en dienen minimaal 1 cm van de andere testplaatsen verwijderd te zijn.
De hoeveelheid testmateriaal wat op de huid wordt opgebracht is 2 mg/cm2
(bij de Duitse methode 1,5 mg/cm2
). Tussen het opbrengen en het bestralen dienen 15 minuten te liggen. Na bestraling
wordt de huid beschermd tegen verdere UV-expositie. De MED wordt vervolgens
16 tot 24 uur later afgelezen.
De methoden gebruiken het rekenkundig
gemiddelde voor de SPF van het produkt. De FDA bepaalt dat de standaardfout
(standaarddeviatie gedeld door de wortel van het aantal vrijwilligers) kleiner
of gelijk aan 5% van de gemiddelde SPF moet zijn, bij de SAA is dat kleiner
of gelijk aan 7%. De Colipa gebruikt een confidence interval binnen SPF 2%.
Ex vivo meetmethoden Transmissiemeting door epidermale
of epidermodermale sheets.
In vitro meetmethoden
Sandwichmethode Tussen twee kwartsplaatjes, van elkaar gescheiden door spacers,
wordt een vaststaande hoeveelheid produkt aangebracht, waarna de UV-transmissie
wordt bepaald. Het nadeel van deze test is dat oplosmiddelen, die normaal op
het huidopervlak verdampen, meegemeten worden.
Transpore tape
methode Door het geknobbelde oppervlak van deze tape kan een zonnebrandmiddel
ongeveer net zoals op de huid worden opgebracht in een hoeveelheid van 1,5 ul/cm².
Met behulp van een UV-bron en een detector kan vervolgens de transmissie
gemeten worden in stappen van 5 nm. Op deze basis werkt de Optronics SPF analyzer.
Deze methode is ongeschikt voor produkten op olie- of alcoholbasis omdat die
in de tape worden geabsorbeerd.
Author(s): dr.
M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits kliniek, Den Haag.