HYPOSENSIBILISATIE BIJ WESPEN EN BIJEN ALLERGIE home ICD10: n.v.t.

Specifieke hyposensibilisatie (ook wel immunotherapie genoemd) is een algemeen toegepaste behandeling voor IgE-gemedieerde allergische aandoeningen. De hyposensibilisatie bestaat uit het herhaald in geleidelijk opklimmende doses subcutaan per injectie toedienen van de stof waar de patiënt allergisch voor is, gevolgd door een onderhoudsbehandeling.

Ongeveer 40% van de patiënten met een systemische reactie op hymenoptera maakte in het verleden een lokale allergische reactie door en dat maakt een dergelijke patiënt in principe kandidaat voor hyposensibilisatie. Gecontroleerde studies van Hunt (New Eng J Med 1978;299:157-161) en Müller (Allergologie 1981:4:51-55) toonden aan dat immunotherapie met gezuiverd wespengif beter was dan met whole body extracten van een wesp of placebo. In latere, grotere, studies bleek een positief effect eigenlijk alleen met wespengif en niet met bijengif op te treden en met name bij kinderen. Zowel uit Nederlands als uit internationaal wetenschappelijk onderzoek is de afgelopen jaren echter duidelijk geworden, dat hyposensibilisatie niet bij alle patiënten zinvol is. De kans op een ernstige allergische reaktie bij een toekomstige steek is voor bij- en wesp-overgevoelige personen ongeveer 10%. Door de kuur bereikte men dat nog maar 5% van de behandelde mensen bij een volgende steek overgevoelig reageerde (wat betekent dat deze patiëntencategorie, of ze nou wel of niet gehyposensibiliseerd zijn, hun EpiPen bij zich dienen te dragen). Daar tegenover staat dat bijna 90% van alle personen met een bekende allergie voor bijen of wespen bij een volgende steek niet of nauwelijks reageert. Op grond van deze en andere gegevens uit de medische vakliteratuur worden hier de volgende punten overwogen voordat gestart wordt met hyposensibilisatie:
- inschatting van het risico bij re-expositie, hangt af van: de leeftijd van de patiënt (kinderen < 5 jaar hebben een erg klein risico, mensen > 40 jaar een groter risico)
- het insect
- de ernst van de vorige reactie: milde systemische reacties minder risico dan respiratoire of cardiovasculaire reacties
- een beroep met een verhoogd expositierisico (imker, tuinier)
- aangetoonde allergie, middels IgE-RAST of intracutane test
- psychologische situatie: mate van angst en de daaruit voortvloeiende beperkingen
- zwangerschap waardoor hoger risico op abortus of foetale schade, hier alleen hyposensibilisatie indien absoluut noodzakelijk (een onderhoudsbehandeling kan wel gecontinueerd worden)
- betablockers (en NSAID's?) kunnen een anafylactische reactie a.g.v. immunotherapie verergeren en dienen dus vervangen te worden.


Author(s):
dr. M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits kliniek, Den Haag.

31-12-2012 (MMM) - www.skin-diseases.eu Terug naar homepagina