PERIOPERATIEVE ALLERGISCHE REACTIES home ICD10: n.v.t.

Algemeen
Allergologisch onderzoek naar de oorzaak van perioperatieve allergische reacties omvat oa.:
Latex
Lokale anaesthetica zowel type I als type IV-allergische en pseudo-allergische reacties
Barbituraten (thiopental, methohexital) van thiopental zijn IgE-gemedieerde reacties beschreven; IgE-RAST tegen thiopenton-reactieve antistoffen. thiopental en (in veel mindere mate) methohexital) zijn histamine-releasers en kunnen zo aanleiding zijn tot pseudoallergische reacties. De pentyl- en ethylgroepen op de pyrimidine-ring zijn hiervoor verantwoordelijk.
Morfinomimetica (codeïne, fentanyl, sufentanil, piritramide (Dipidolor), meperidine-pethidine) histamine-releasers
Benzodiazepinen (diazepam) histamine-releasers. Interstitiële allergische nefritis is beschreven. Net zoals barbituraten in hoge doseringen bij comateuze patiënten aanleiding gevend tot bulleuze reacties op drukplaatsen
Phenolen Propofol (Diprivan). Imidazolen Etomidate. Protamine Zowel IgE-gemedieerde (hogere kans hierop bij individuen met een allergie voor vis, eerder gebruik protamine bevattende insulines, afsluiting vas deferens) als pseudoallergische reacties.
Spierverslappers (suxamethonium, mivacurium, pancuronium, vecuronium, cisatracurium, alcuronium, atracurium, rocuronium, gallamine) Vaak (ernstige) pseudo-allergische reacties. Geschat wordt dat van alle anafylactische perioperatieve reacties spierverslappers in 70% de oorzaak zijn (Laxenaire MC et al. Anesthesiques responsible for anaphylactic shock. Ann Fr Anaesth Reanim 1990;9:501-506). Suxamethonium vaker dan vecuronium, atracurium en cisatracurium, en deze vaker dan pancuronium en gallamine waarbij histaminerelease niet of nauwelijks is waargenomen. Soms IgE-gemedieerde allergie op quarternaire of tertiaire ammonium-verbindingen (deze verbindingen komen ook voor in bv desinfectantia en cosmetica). Houdt rekening met een mogelijke kruisallergie tussen de spierverslappers. Soms curare-reactieve IgE-antistoffen aantoonbaar met RAST.
Plasmavervangende middelen dextran (glucose polymeren met een hoog molecuulgewicht) (Gentran, Macrodex, Rheomacrodex, Isodex) kan gebonden worden in immuuncomplexen waardoor complement geactiveerd wordt met als gevolg mestceldegranulatie. Anafylactische reacties op dextran kunnen ook voorkomen bij individuen die nooit eerder dextran toegedient kregen omdat het immunologisch kan kruisreageren met bacteriële polysacchariden. Om ernstige anafylactische reacties te voorkomen wordt dextran 1 (molecuulgewicht 1000) (Promiten) gegeven. gelatineuze plasmavervangers op collageenbasis (Gelofusine, Normosang, Haemaccel) ) kunnen zowel een IgE-gemedieerde allergische als een pseudoallergische reactie geven. hydroxyethylzetmeel plasmavervangers (Elohaes, Hemohes) afkomstig van mais (idem handschoenenpoeder), kleine kans op IgE-gemedieerde reacties. intradermale test met lage concentraties plasmavervanger
Antibiotica penicillines en de ermee kruisreagerende cefalosporines


Huidtesten
Tenzij elders anders is aangegeven wordt voor de detectie van een type I allergie de te onderzoeken stof eerst onverdund getest met een percutaan intradermaal onderzoek, indien negatief gevolgd door een intracutaan intradermaal onderzoek met een 1:100 verdunning. Cave overgevoeligheidsreacties voor toevoegingen als EDTA, sulfieten (natrium bisulfiet), parabenen.

Preventie pseudo-allergische reacties
Pseudo-allergische reacties treden vaker op bij atopici. Er is geen premedicatieprotocol ter profylaxe van (pseudo)allergische reacties tijdens anaesthesie. Wel is er een meta-analyse van dergelijke regimes bij toedienen van radiocontrast middelen (Wittbrodt & Spinler. Ann. Pharmacotherapy 1994; 28:236-41). Zij komen tot de conclusie dat difenhydramine (antihistaminicum) 50 mg i.m./p.o. 1 uur tevoren, in combinatie met prednison 50 mg p.o. 13, 7 en 1 uur tevoren het beste schema is, al dan niet gecombineerd met cimetidine en/of efedrine. (zie ook Greenberger et al. Arch Int Med 1985;145:2197-2200). Difenhydramine kan vervangen worden door clemastine 2 mg i.v. kort voor de procedure (is zelfs sterker) en cimetidine door ranitidine (50 mg i.v.).


Author(s):
dr. M.M.H. Meinardi. Dermatoloog, Maurits kliniek, Den Haag.

31-12-2012 (MMM) - www.skin-diseases.eu Terug naar homepagina